Jos van Rey, Marc Calon en Stef Blok: ’Een beetje, gelijk heeft iedereen wel eens, dat weet je!’

Ik had deze blog willen schrijven over de beleidsvoornemens van de minister van Wonen en Rijksdienst, de VVD’er  Stef Blok, zoals die staan in de Provada-editie van Vastgoedmarkt. Dat ook Marc Calon, voorzitter van de brancheorganisatie van woningcorporaties Aedes dit weekeinde het een en ander verkondigde, maakt de toekomst van de corporaties als onderwerp voor een blogschrijver alleen maar aantrekkelijker. Maar omdat ook Jos van Rey, de door het OM geplaagde ex-wethouder, ex-gemeenteraadslid, ex-lid van de Staten van Limburg, en ex-lid van zowel de Eerste als Tweede Hamer, dit weekeinde het nodige riep, heb ik toch voor een iets andere insteek gekozen. De Zonnekoning van Roermond  was ook al vaker de hoofdpersoon van deze blog.

Van Rey zei zaterdag in de Telegraaf – en zondag nog eens in het  WNL-programma op Nederland 1 – dat de Tweede Kamer een onderzoek moet instellen naar de werkwijze van het OM. Ook beschuldigt Van Rey zijn VVD-partijgenoot, minister Opstelten van Justitie, van een georkestreerde politieke afrekening. En dat alles, omdat hij samen met zijn vriend, vastgoedontwikkelaar Piet van Pol, als verdachte is aangemerkt in een fraudeonderzoek. Van Rey is van mening dat hem onrecht wordt aangedaan. Acht maanden geleden deed het OM een ‘schandalige’ inval bij hem thuis en nog altijd heeft hij niet gehoord wat de aanklacht tegen hem is. Het OM gaat volgens Van Rey als ‘een losgeslagen bende’ tekeer. ‘Ik ben bij voorbaat schuldig’.

Eindelijk gaan dus de ogen bij Van Rey open. Je bent al decennia actief in de politiek en op zo’n beetje alle niveaus van de publieke sector, maar je hebt nooit meegekregen hoe een inval van het OM verloopt. Dat is beslist niet prettig, zo weten ook vele duizenden andere Nederlanders, die ooit in rijkdom en aanzien stonden, maar van wie het OM van mening is dat ze toch iets hebben gedaan wat ze niet hadden moeten doen. Ik ken een aantal van die Nederlanders, niet omdat ik grossier in troebele contacten, maar omdat er in de commercieel vastgoedsector waarbinnen ik functioneer, het OM het afgelopen decennium nogal wat invallen heeft gedaan die lijken op die bij Van Rey: Cees Hakstege, Diederik Stradmeijer, Jan van Vlijmen, Ton Hooijmaijers, Hubert Möllenkamp, Buck Groenhof, Jan-Dirk Paarlberg, Rob Lagaunne, Will Frencken. Zo maar een paar namen van min of meer bekende Nederlanders die net als Van Rey van mening waren – en ongetwijfeld zijn – dat die invallen ten onrechte waren. Gelijke monniken, gelijke kappen zegt het spreekwoord.

Meer begrip heb ik voor Van Rey’s mening, over de manier waarop het OM bij verdenkingen te werk gaat, en het vervolgtraject nadat er een inval heeft plaatsgevonden. Ik heb daar al vaker over geschreven. 270.000 manuren in de Klimop-affaire en een onderzoek van 5 jaar voor 14 verdachten lijken met flink veel om tot een veroordeling te komen. En dan krijgen we nog het hoger beroep en eventueel cassatie.  Wie controleert eigenlijk het OM, vraag ik me ook vaak af, net als Van Rey. En wie maakt de afweging tussen verdenkingen, de duur van het onderzoek en de kosten?

Dit alles wordt nog versterkt door het trial by mediafenomeen. Steeds vaker lijkt het erop dat het OM heel tevreden is bij de breed uitgemeten berichtgeving van verdachte zaken en personen in de media, wat veelal al tot zo’n beschadiging van de betreffende personen leidt, dat een veroordeling door een rechter eigenlijk niet meer nodig is. Ik heb ook in mijn blogs duidelijk gemaakt dat  journalisten met die ambivalentie worstelen of dat zouden moeten doen. Hoe langer een onderzoek van het OM duurt  zonder dat naar buiten wordt gebracht waar het eigenlijk om gaat – des te meer gaan mediaberichten op een vonnis lijken.

Ik wil hier niet de hele affaire Van Rey opnieuw bespreken. Leest u vooral de artikelen en het interview met Van Rey in de Telegraaf van zaterdag er zelf op na. Maar ik vind het wel grappig Van Rey te horen verklaren, dat hij er in 2011 verstandig aan zou hebben gedaan als wethouder te stoppen. Had hij het maar gedaan. Ik heb hem dat trouwens vorig jaar geadviseerd in deze blog, maar op de Provada dat jaar beet hij me nog toe dat hij me ‘een slecht mens’ vond.

Van Rey had, na de publicatie van het rapport van de commissie- Sorgdrager/ Frissen – die hem verweet de schijn van belangenverstrengeling te hebben – de conclusie moeten trekken dat hij blijkbaar in het spanningsveld van ondernemen en politiek bedrijven, niet zorgvuldig is geweest. En dat hij daarom beter met pensioen had kunnen en moeten gaan. Dan had bijvoorbeeld de affaire Ricardo Offermans – de beoogde nieuwe burgemeester van Roermond, de nu door toedoen van Van Rey ook als verdachte is aangemerkt – helemaal niet plaatsgevonden.

Ik begrijp dus Van Rey’s  kritiek op het OM, maar zijn beschuldiging aan het adres van het ministerie van Justitie dat er ‘een politieke afrekening’ moet worden vereffend, helemaal niet. Juist als democraat en liberaal moet hij accepteren wat hem nu overkomt. Of dat nu leuk is of niet. Ik ga er dan ook niet van uit dat  er in de Tweede Kamer ook maar een meerderheid te vinden is die zijn oproep om het OM te verantwoording te roepen, ondersteunt.

Tegen dat licht was het mea culpa van Marc Calon, het afgelopen weekeinde, een verademing, waarvan Van Rey nog wat kan leren.  ‘Als sector, zijn wij, de corporaties schuldig aan een reeks ernstige incidenten gedurende de afgelopen 20 jaar: fraudes, exorbitante salarissen, en uit de hand gelopen commerciële projecten,‘ zei hij zaterdag in de Volkskrant. Calon – die overigens zelf nooit in verband is gebracht met niet-integer gedrag – nam daarmee een voorschot op de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie voor corporaties die  nog dit jaar moeten beginnen.

Calon ging in de Volkskrant ook in op een rapport over de ontwikkelingen in de corporatiesector de afgelopen twintig jaar, zeg maar vanaf de bruteringsoperatie die de corporaties losmaakte van overheidsfinanciering en -bemoeienis en hen positioneerde als zelfstandige vastgoedondernemingen. Een van de conclusies luidt dat de woningcorporaties sinds hun verzelfstandiging in de jaren ‘90 hun wortels zijn kwijtgeraakt. Hierdoor is onder meer de binding met huurders, samenleving, overheid en markt voor een aanzienlijk deel verdwenen en heeft een flink aantal corporaties risico’s genomen die tot een enorm verlies van maatschappelijk kapitaal hebben geleid. Ik ben het daar helemaal mee eens.

Dat Calon nu, namens de woningcorporaties een openlijk excuus uitspreekt, is een goede zaak, hoewel ik daarbij wel de kanttekening wil maken, dat de politiek er in 1994 en 1995 weinig problemen mee had de financiële banden met– en daardoor de controle over  – de corporaties door te snijden. Dat daarmee ook het sociale woningbezit op afstand werd gezet, kon het eerste paarse kabinet-Kok en de verantwoordelijke staatssecretaris Dick Tommel (D66) weinig schelen. Het is mede door deze bruteringsoperatie dat Nederland nu met een enorm corporatieprobleem is opgezadeld.

Daar wil minister Stef Blok  mee afrekenen, concludeer ik uit zijn interview in de Provada-editie van Vastgoedmarkt. De beleidsvoornemens van Blok komen misschien te laat, maar in grote lijnen ben ik het met hem eens. Voor het eerst geeft dit kabinet helder aan, dat het afgelopen moet zijn met de huidige corporatie-manier van denken en werken.

Voor alle duidelijkheid nog even de samenvatting, zoals VGM die heeft gegeven in een extra Nieuwsbrief: ‘De verhuurdersheffing van 1,7 miljard euro gaat onder geen beding van tafel. Dat de woningproductie van corporaties daalt van 28.000 nu naar 12.000 in 2017, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningen half mei voorspelde, is geen probleem. ‘De corporatiesector is met 2,3 miljoen woningen en een doelgroep van 1,8 miljoen huishoudens te groot’.

(-) ‘Door de krimp van de corporatiesector wacht het middeldure huursegment juist een onstuimige groei, voorziet Blok. ‘Honderdduizenden scheefwoners zullen uitkijken naar een middeldure huurwoning, net als miljoenen zzp’ers, flexwerkers en senioren.’

(-) Dat de verhuurderheffing ook de nieuwbouwplannen van beleggers in de weg zou staan, wil er bij Blok niet in. ‘Dat zijn spookverhalen. Nieuwbouw met een huur boven de liberalisatiegrens van 681 euro zal niet onder de heffing vallen, ook niet als de WOZ-waarden verder zouden dalen. Je kan mij niet wijsmaken dat de institutionele woonfondsen dat niet goed kunnen uitleggen aan hun investeerders.’

Blok kondigt ook aan dat hij het speelveld van corporaties drastisch gaat beperken. ‘Corporaties mogen niet meer investeren in middeldure huurwoningen, koopwoningen en commercieel vastgoed. Daarmee creëer ik voor beleggers een echt gelijk speelveld. Voor hun bestaande niet-kernportefeuille en lopende projecten komt een overgangsregime. Nu kan ik corporaties niet dwingen om dit vastgoed te verkopen.’

Samengevat: Blok houdt vast aan de verhuurdersheffing voor corporaties, hij wil hen dwingen zich op hun kerntaak – het bezit van sociale woningen onder de 681 euro – te gaan toeleggen. En hij wil het level playing field met publieke beleggers herstellen.

Ik kan er nog een paar, hieruit voortvloeiende beleidspunten aan toe voegen: dwing corporaties vooral efficiënter te werken en voeg ze samen tot grotere eenheden van 20.000 sociale woningen plus. En maak het mogelijk dat corporaties hun beste woningen in de huidige portefeuille – met een huur waarde die eigenlijk al boven de 681 euro ligt of daarop met geringe ingrepen boven te brengen zijn – te verkopen aan binnen- en buitenlandse beleggers waardoor er geld  wordt vrijgespeeld om te investeren in de bestaande bouw en eventuele nieuwbouw in het sociale segment. Ik krijg signalen uit de markt dat binnen- en buitenlandse beleggers klaar staan om voor vele honderden miljoenen euro’s corporatiewoningen over te nemen, zoals dat enige jaren geleden ook in Duitsland gebeurde met het woningbezit van kwakkelende gemeenten.

Om de een of andere reden speelde dit weekeinde het liedje ‘Een beetje’ van Teddy Scholten door mijn hoofd. Een nummer van Willy van Hemert waarmee Scholten  in 1959 in Cannes  – dat is nog eens een vastgoedplaats! – het Eurovisie Songfestival won.  Ik was toen tien jaar oud, maar ik herinner het me nog als de dag van vandaag. ‘Een beetje, verliefd is iedereen wel eens, dat weet je. Je wilt verstandig zijn, maar dat vergeet je.’ Bij mij werd het als snel: ‘Een beetje, gelijk heeft iedereen wel eens, dat weetje. Je wilt verstandig zijn dat weet je.’

Jos van Rey, Marc Calon en Stef Blok. Ik weet niet of ze nog steeds verliefd zijn, maar gelijk hebben ze dit weekeinde alle drie. De een wat meer dan de ander. Die tweede zin is eigenlijk veel interessanter: ‘Je wilt verstandig zijn, maar dat vergeet je’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: