Nelson Mandela, een vriend die ik nooit de hand kon schudden

 

Afbeelding 

‘Nelson Mandela casts his vote’, een kunstwerk van Jane Makhubele. Eigendom: Marjanne Wassink.

Er lijkt geen einde te komen aan de lijdensweg die Nelson Mandela – met dank aan zijn uitgebreide familie! – moet ondergaan. Ik ben nu vier dagen in Zuid Afrika en de kranten en andere media berichten uitgebreid over de rechtszaken en schandalige praktijken van familieleden en ANC-politici die menen op de een of andere manier profijt te kunnen slaan uit de naam en persoon Mandela. Enige headline in de nationale kranten: ‘Feus put ‘curse’ on Mandelas’, ‘Winnie hammers Zuma’, ’Mandela game of grave’ en ’Even fish vote for ANC’.

Veel van de perscollega’s, die met mij in de jaren ’tachtig de strijd van het ANC tegen de apartheid en de vrijlating van Mandela voor de hele wereld hebben verslagen, zijn weer teruggekeerd in Johannesburg en Pretoria. Het is ook voor mij een weerzien met emoties.  Afgelopen zondag en maandag gingen de gesprekken tijdens het eten over ‘toen’ en hoe het zover is gekomen met het ANC en de dromen van de Regenboog-natie.  Wat dat betreft is deze, door mij al maanden geleden geplande trip naar Zuid Afrika, ineens ook een soort sentimental journey geworden. 

Maar het is, lijkt het, nu toch een kwestie van dagen, tot het moment dat echt naar buiten wordt gebracht dat Mandela is overleden. De artsen die Nelson Mandela de afgelopen maand hebben behandeld, hebben immers bevestigd dat hij al ruim een week in een permanente vegetatieve staat verkeert en dat zij al eerder aan de familie hebben geadviseerd om de kunstmatige beademing van Mandela te stoppen. In plaats daarvan vond de familie het nodig – puur vanwege het geld – een ontluisterend gevecht aan te gaan over de vraag waar deze wereldwijd bewonderde strijder en politicus moet  worden begraven.

Nu er dus eindelijk ook daaraan een einde lijkt te zijn gekomen na een duidelijke uitspraak van een rechtbank, zullen de media zich gaan richten op de vraag  welke betekenis Nelson Mandela voor zijn land, de anti-apartheidstrijd en de hele wereld heeft gehad. Daarbij zal ongetwijfeld veel ruimte worden gegeven aan de getuigenissen van al die mensen – wereldleiders, politici, beroemdheden, journalisten maar ook gewone mensen – die hem sinds zijn vrijlating uit de gevangenis in 1990 hebben ontmoet, enige woorden met hem hebben gewisseld en hem de hand hebben gedrukt of zelfs een danspasje met hem hebben gemaakt.

Ik zelf heb Nelson Mandela nooit de hand kunnen drukken. Één keer ben ik er dicht bij geweest. In 1996 bezocht ik Kaapstad en was met mijn gezin te gast bij de vorig jaar overleden Jakes Gerwel. Jakes kende ik vanaf 1984, toen ik als buitenlands correspondent in Zuid Afrika woonde, en hij nog de bestuursvoorzitter van de University of the Westen Cape was. Deze onderwijsinstelling stond in deze apartheidstijd ook wel bekend als de ‘universiteit voor de kleurlingen’. Na de vrije verkiezingen in Zuid Afrika in 1994, die ervoor zorgden dat Nelson Mandela kon worden geïnaugureerd als de eerste democratisch gekozen zwarte president van Zuid Afrika, werd Jakes zijn persoonlijke secretaris. Ook leidde hij vele jaren de Nelson Mandela Foundation.

Jakes beloofde me ervoor te zorgen dat ik Mandela zou kunnen ontmoeten. Ik had al een langdurige vriendschap met zijn vrouw Winnie en kende ook zijn beide dochters uit zijn huwelijk met Winnie, Zenani en Zindswiza (Zinzi). De ontmoeting zou plaatsvinden na afloop van Mandela’s openingsspeech van het tweede parlementaire jaar onder zijn leiding, begin 1996. Ik mocht zelfs plaatsnemen in de speciale loge van het parlementsgebouw in Kaapstad van waaruit de president traditiegetrouw de beraadslagingen en stemmingen kan volgen. Het was een belevenis op zich om vanuit die balkonloge al die gekozen vrienden en kennissen van weleer nu als parlementariër te zien zitten. Winnie zwaaide zelfs naar me van beneden vanuit de parlementsbanken.

Jakes had het zo geregeld dat ik na afloop van de openingstoespraak van Mandela naar hem toe zou worden gebracht voor een ontmoeting. Alleen, in de hectiek van zo’n opening van een nieuw parlementair jaar ging er wat mis. Ik werd niet uit de loge opgehaald en Mandela bleek later direct na zijn toespraak onverwacht te zijn vertrokken voor een ad hoc-ontmoeting met iemand anders die natuurlijk veel belangrijker was dan mijn persoon. Ik heb het zo maar gelaten en nooit meer bij Jakes aangedrongen op een herkansing. Mijn bewondering voor Nelson Mandela heeft ook nooit fysiek contact nodig gehad. Nog een keer kwam ik in zijn nabijheid en dat was toen koningin Beatrix hem uitnodigde naar Nederland te komen en er voor hem een gala-bijeenkomst in het Amsterdamse Carré was georganiseerd. Ik zie Mandela zo weer dansen op het toneel op de prachtige muziek van het nummer Soweto van Stef Bos en diens band.

Want Mandela heeft de afgelopen dertig jaar een belangrijke rol in mijn leven gespeeld en ik weet dat ik beslist niet de enige wereldburger ben die dat zo ervaart. Tijdens mijn verblijf als correspondent in Zuid Afrika, in de periode 1984-1989 was hij de man, waarover iedereen in binnen- en buitenland sprak, maar die maar door weinigen ooit ontmoet was. Mandela was een mythe bij zijn leven door zijn gevangenisschap op Robbeneiland tot 1982 en daarna, tot zijn vrijlating op 11 februari 1990,  in Polsmoor en de Victor Verster-gevangenis bij Kaapstad.

Mijn eerste contact met de Mandela’s verliep trouwens via Ismael Ayob, zijn advocaat. Winnie Mandela leefde in 1984 noodgedwongen in de zwarte township van het Afrikaner stadje Brandfort in de Oranje Vrijstaat, zo’n 400 kilometer van Soweto en Johannesburg. Ze was daar door het apartheidsbewind van president P.W. Botha naartoe verbannen en had huisarrest. Om Winnie te kunnen ontmoeten, was niet alleen een toestemming van de politie – lees de BOSS, de veiligheidspolitie – nodig, maar ook die van haar advocaat Ayob.

Ik ben twee keer in Brandfort geweest en heb uren met Winnie gesproken. Het waren onvergetelijke uren met een persoon die vanaf het eerste moment een diepe indruk op je maakt. Ik heb nog steeds foto’s die ik toen van haar heb gemaakt en een cassettebandje met  een deel van de gesprekken.

Ook nadat ze Brandfort had verlaten en was teruggekeerd naar Soweto – waarbij openlijk het apartheidsbewind negeerde en tegelijk uitdaagde – ben ik haar blijven bezoeken en ontmoeten. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat Winnie het heel goed kon vinden met de meeste van de buitenlandse journalisten. Ze wist maar al te goed dat uiteindelijk de publieke opinie buiten Zuid Afrika het regime van Botha op de knieën zou krijgen. En de financiële bijdragen die via de westerse ambassades en de internationale free publicity naar haar toestroomden, had ze ook dringend nodig voor haar dure entourage.

 Ik heb altijd een grote bewondering en vriendschap gehouden voor Winnie, hoewel ik me ook ergerde aan haar prima donna-gedrag, dat ze overtuigend overbracht op haar twee dochters. Ik herinner me nog een incident in 1988, toen een boek over Nelson van de hand van Fatima Meer werd gepubliceerd. Ik vroeg Winnie en haar dochters iets voor mij in het boek te zetten, waarop Zinzi me toebeet: ‘En dat boek met onze handtekeningen ga je natuurlijk voor veel geld doorverkopen.  Wat krijg ik daarvoor terug?’ Dat was in de tijd, dat we als buitenlandse correspondenten ook nog voetbalden tegen de lijfwacht van Winnie, beker bekend als de FC Mandela United, die later in verband werden gebracht met martelingen, moorden en verdwijningen.

Afbeelding

Winnie Mandela en de ANC-veterane Helen Joseph bij de voetbalwedstrijd in 1988 tussen buitenlandse correspondenten en de FC Mandela United, de private lijfwacht van Winnie. 

Foto: Louise Gubb

Bij mijn eerste ontmoeting met Winnie in 1985, in Brandfort, vroeg ze me zonder enige schroom, of ik niet aan mijn vriend – de eigenaar van de Audi waarmee ik van Johannesburg was komen aanrijden – kon vragen haar die auto cadeau te doen. ‘Dan kan hij later zeggen, dat hij een Audi heeft geschonken aan de vrouw van de toekomstige president van Zuid Afrika.’ Bescheidenheid is nooit een karaktereigenschap van Winnie Mandela geweest, hoewel deze uitspraak ook getuigde van haar sterke geloof dat Nelson ooit president van het land zou worden.

Afbeelding

Winnie Mandela (rechts) met dochter Zinzi (links) en mijn persoon in Soweto, 1987.

Foto: Louise Gubb

Hoe het met Nelson en Winnie is afgelopen, weet iedere wereldburger die het nieuws heeft gevolgd. Nelson scheidde in 1992 van Winnie, nadat bekend was geworden dat zij er jarenlang buitenechtelijke relaties op na had gehouden. Dat wisten wij, buitenlandse correspondenten, maar al te goed. En dat heb ik ook altijd wel begrepen: toen Mandela in 1958 met de veel jongere Winnie trouwde, was hij al zeer actief  binnen het ANC en was zelden thuis. Winnie vertelde me ooit, dat het een wonder was dat ze nog twee kinderen van hem had gekregen. Al snel na hun huwelijk verdween hij ook in de gevangenis en na zijn veroordeling tot levenslang in 1964 bij het Rivonia-proces tot aan zijn vrijlating 26 jaar later, hebben ze elkaar nauwelijks mogen zien, laat staan dat ze fysiek contact konden hebben.

Meer nog moet het Mandela pijn hebben gedaan, dat Winnie in 1988 betrokken was geraakt bij de moord op de jonge activist Stompie Moeketsi, een onthulling waarin ik zelf nog instrumenteel ben geweest, maar pas door Mandela werd geloofd in 1990, toen ze ook door een rechtbank schuldig werd verklaard. De affaire Stompie Moeketsi en de moord op dokter Asfat – enige maanden eerder in Soweto, waarin Winnie naar mijn stellige overtuiging met leden van haar lijfwacht ook de hand heeft gehad – hebben haar in mijn ogen tot een echte tragische heldin gediskwalificeerd, maar ik heb haar vergeven, hoe groot die woorden misschien ook klinken.

De media zullen de komende dagen en weken veel over Mandela schrijven en alle bekende beelden opnieuw laten zien. De talrijke  boeken van en over Mandela – met het absolute topboek zijn autobiografie Long walk to Freedom – zullen bestsellers blijven en de herinnering levend houden aan een man die niet alleen het symbool van hoop werd voor de regenboognatie Zuid Afrika, maar een inspiratie en voorbeeld voor de hele wereld. Immers, Nelson Mandela is de verpersoonlijking geworden van gelijkheid en vrijheid voor iedereen, ongeacht ras, religie of afkomst en is daarmee waarschijnlijk de meest invloedrijke en bewonderde mens uit de twintigste eeuw geworden.  Hij is het symbool van hoop voor de hele mensheid.

Er zal ook de komende weken veel worden gespeculeerd over de gevolgen van de dood van Madiba – zoals hij in de traditie van zijn Oost-Kaapse stam Thembu ook wordt genoemd – voor Zuid Afrika. Ik denk dat deze niet zo direct zichtbaar zullen zijn. Nadat hij in 1997 het presidentschap van het ANC – en dus van het land – overdroeg aan Thabo Mbeki is zijn rechtstreekse bemoeienis met het ANC en dus de landelijke politiek snel afgenomen. Zeker na het gedwongen opstappen van Mbeki – net als Mandela zelf een Xhosa – in 2004 en de komst van de huidige president Jacob Zuma – een Zulu – heeft het ANC zich steeds meer vervreemd van het gedachtegoed van Mandela en diens illustere voorgangers en medestrijders tegen de apartheid.

Met name de zelfverrijking van de ANC-top, de ongekende corruptie, de arrogantie van het machthebbers en de rechteloosheid van de miljoenen zwarte Zuid Afrikaners moeten hem in de jaren dat hij nog bij zijn volle verstand was, veel pijn hebben gedaan. Te meer omdat zijn opvolger Jacob Zuma als president van het ANC en Zuid-Afrika een reputatie van fraude en machtsmisbruik heeft opgebouwd.  Twee weken geleden sprak de overigens zeer omstreden koning van Xhosa-stam van Mandela  – AbaThembu King Buyelekhaya Zwelibanzi Dalindyebo – zich nog publiekelijk uit tegen het ANC van Zuma: hij noemde hen ‘corrupte hooligans’ en riep hij zijn volgelingen op niet langer  te stemmen op het ANC, maar op de oppositiepartij DA (Democratic Alliance, die veel aanhang onder blanken en kleurlingen heeft).  Opvallend was ook dat koning Buyelekhaya Zwelibanzi Dalindyebo zijn oproep deed in Qunu in de Eastern Cape, waar Mandela ook wordt begraven.  Ook Mandela’s vriend en grote medestrijder Demond Tutu heeft zich de afgelopen maanden openlijk van het ANC en Zuma gedistantieerd.

Gelukkig is dat Mandela door zijn tanende gezondheid en zwakke mentale krachten – hij zou onder meer lijden aan dementie – grotendeels bespaard is gebleven hoe zijn ex-vrouw Winnie, zijn kinderen en kleinkinderen in het ene publieke schandaal na het andere rolden. Winnie, als Moeder van de Natie, was onder meer betrokken bij het smokkelen van diamanten en declareert als goedbetaalde parlementariër – zonder overigens zich vaak in het parlement te laten zien – buitensporig. Kleinzoon Mandla – door Mandela nog als zijn opvolger aangewezen als leider van de Thembu-clan – maakt er helemaal een potje van, met machtsmisbruik, buitenechtelijke relaties en een ‘officieel ’ huwelijk, terwijl hij niet eens van zijn vorige vrouw gescheiden was. Mandla heeft zelfs de graven van Mandela’s eerder naaste familieleden  zonder toestemming laten opgraven in Qunu en overgebracht naar Mvezo, 30 kilometer verderop.  Hij hoopte daarmee de familie te dwingen ook Mandela in Mvezo te begraven. Het spreekt voor zich dat Mandla daar grote vastgoedbelangen heeft en dat hij rekent op aanzienlijke zakelijke verdiensten als het graf van Mandela tot een ‘pelgrimsoord’ wordt. Inmiddels is als gevolg van een gerechtelijke uitspraak deze herbegrafenis weer teruggedraaid en lijkt het erop dat Mandela inderdaad in Qunu wordt begraven, zoals hij zelf altijd heeft gewild.

Dieptepunt was verder de juridische procedure  die dochters en kleinkinderen onlangs hebben aangespannen tegen de bewindvoerders  – onder wie Mandela’s advocaat over vele decennia George Bizos – van de Nelson Mandela Foundation, een stichting die de nalatenis van Mandela beheert , met als inzet het geld en inkomsten uit de merchandising van de naam Mandela naar zich zelf toe te eigenen in plaats dat dat gebruikt kan worden voor goede doelen.

Over tien maanden zijn er nieuwe verkiezingen in Zuid Afrika. Voor het ANC van president Zuma wordt dan pas echt duidelijk  of de geest van Mandela concreet en invloedrijk voortleeft. Ik voorspel een ingrijpende machtsstrijd de komende maanden, die ertoe kunnen leiden dat Zuma gedwongen wordt zijn leiderschap als ANC-president op te geven, net als dat gebeurde met zijn voorganger Thabo Mbeki. Als dat het geval is, kan worden aangenomen dat Cyril Ramaphosa – nu nog vice-president sinds eind vorig jaar – het ANC in de ongetwijfeld keiharde verkiezingsstrijd zal leiden en de nieuwe president van Zuid Afrika wordt. In dat geval krijgt Mandela alsnog zijn zin, want al in 1997 was Ramaphosa zijn kandidaat om hem op te volgen, maar besloten de gestaalde ANC-kaders die in ballingschap waren gevormd, de voorkeur te geven aan hun kandidaat Thabo Mbeki.

En dan gloort er nog hoop vanuit een heel andere kant. En die hoop wordt verpersoonlijkt door Mamphela Ramphele, de vriendin van de in 1982 door het apartheidsbewind vermoorde Steve Biko en moeder van diens twee kinderen. Ramphele is arts en zakenvrouw en was directeur bij de Wereldbank. Begin dit jaar startte  zij een politieke beweging, Agang genaamd en hoewel het nog onduidelijk is of Agang wordt omgevormd tot een politieke partij die het zal gaan opnemen tegen het ANC van Zuma, moet dat niet worden uitgesloten. Opvallend is dat zij in haar toespraken zich steeds weer keert tegen de door Mbeki en het ANC in het leven geroepen Black Economic Empowerment  (BEE), die ertoe heeft geleid dat de economische macht in Zuid Afrika vooral ten gunste is gekeerd van een kleine, nauw met het ANC gelieerde zwarte elite van zakenlieden, avonturiers en politici en hun vrienden en familieleden. Die hebben zich daarmee enorm verrijkt (inclusief een aantal Mandela’s en familieleden van Zuma) , maar BEE heeft nauwelijks bijgedragen tot de verbetering van het lot van de vele tientallen miljoenen zwarte Zuid Afrikaners, die ook na twintig jaar ANC-bewind nog altijd geen baan, goed onderwijs, een goede medische zorg of enig perspectief op een beter leven hebben. Het schoolvoorbeeld van iemand die dankzij BEE tot een van de rijkste mannen van het hele continent is geworden, is trouwens de eerder genoemde Cyril Ramaphosa, ooit de voorzitter van de belangrijkste vakbond van mijn werkers, de NUM.

Ik heb dus Mandela nooit ontmoet of de hand gedrukt, laat staan dat ik op een andere manier met hem in contact ben geweest. Ik weet daarom niet of hij even  zeer gecharmeerd was (of zou zijn geweest|) van Ramphele en haar gedachtegoed als ik. Maar ik heb zo het vermoeden dat wij – Nelson en ik – zeker wat haar betreft wel op eenzelfde lijn zitten. Dat doen vrienden toch altijd!

  

P.S. Dit is voorlopig mijn laatste blog deze zomer. Iedereen is inmiddels wel op vakantie of gaat dat doen binnen afzienbare tijd. Er blijft weliswaar heel wat te schrijven – bijvoorbeeld over de volgende stap van Blackstone inzake de overname van Multi of alle praktijken rond het faillissement van TCN – maar ik denk dat het beste is dat ik – net zoals zo velen – even een pas op de plaats maak. Ergens in augustus kunt u weer mijn volgende blog lezen.

Advertenties
Comments
One Response to “Nelson Mandela, een vriend die ik nooit de hand kon schudden”
  1. Henri Knops, notaris te Heerlen schreef:

    Fijne vakantie Ruud !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: