Dubieuze honoreringen roepen terecht stevige reacties op

In de anderhalf jaar dat ik deze blog vrijwel wekelijks schrijf, heb ik nooit zoveel reacties ontvangen als op de blog van afgelopen maandag. Deze blog  – Peter Ruigrok begrijpt niets van maatschappelijk fatsoen – ging over de bovenmatige betaling van de vastgoedman Ruigrok gedurende zijn directeurschap ad interim in 2011 bij de inmiddels nagenoeg failliete woningcorporatie WSG. Ruigrok was aangesteld als vervanger van directeur Peter Span die deze relatief kleine corporatie met 4000 woningen nagenoeg ten gronde heeft gericht. Er loopt nu een gerechtelijke procedure tegen Span. Ruigrok had, tegen een vergoeding van 60.000 euro per maand, opdracht gekregen de ondergang van de corporatie te voorkomen en puin te ruimen. Achteraf kan worden gesteld dat hij gefaald heeft, want de corporatie WSG moest onlangs met een noodfinanciering van 118 miljoen van het faillissement worden gered.

Inmiddels is Ruigrok al weer ergens anders als ad interim actief, opnieuw bij een woningcorporatie (Mozaiek Wonen), en ik stelde me de vraag hoe het daar zit met zijn honorering. Uit reacties heb ik begrepen dat hij nu wordt betaald volgens de laatste richtlijnen met betrekking tot de honorering van corporatiebestuurders, maar dat hij voor 9 maanden werken bij WSG in 2012 ook bijna 300.000 euro heeft ontvangen. Dat is ook een honorering die nog altijd veel te hoog is. Daarnaast blijft natuurlijk de vraag staan, waarom Ruigrok in 2011 niet zelf heeft afgezien van een beloning van 542.000 euro voor negen maanden werk, terwijl hij toch had kunnen weten dat daar een grote maatschappelijke reactie op zou komen. Hoe stom kun je zijn of heeft hij gewoon een bord voor zijn kop?

De meeste reacties die ik ontving, legden overigens het pijnpunt niet alleen bij Ruigrok, maar ook bij de toezichthouders, de Raad van Commissarissen van WSG die deze buitensporige honorering hadden goedgekeurd, maar ook hebben zitten slapen tijdens het directeurschap van Span. Dat is inderdaad een van de grootste governance-problemen bij semi-publieke ondernemingen: de kwaliteit van het toezicht.  We zien dat in de zorg, in het onderwijs, in de corporatiewereld maar eigenlijk ook in de veelal met overheidsgeld in stand gehouden sportwereld. Bestuurders en toezichthouders behoren immers tot het old boys netwerk, kennen elkaar veelal goed tot redelijk en hebben een gemeenschappelijk belang om elkaar de hand boven het hoofd te houden en te dekken. Niet alleen als er sprake is van wanbeheer en fraude, maar ook als het gaat om te goedkeuren van buitenissige salariseisen.

De reden dat mijn laatste blog zoveel reacties en lezers heeft gekregen, heeft dan ook vooral te maken met het onderwerp. De salariëring van corporatiebestuurders en directieleden en bestuurders van (semi)publieke instellingen en ondernemingen is een onderwerp dat grote maatschappelijke aandacht en vaak dito verontwaardiging oproept. Denk maar aan de enorme bonus van 25 miljoen euro die een falende bankdirecteur als Rijkman Groenink kreeg, toen hij ABN Amro bijna ten gronde had gericht. Of meer recentelijk de 5,7 miljoen euro overnamebonus die bestuurder van DE Master Blenders Jan Bennink  in zijn zak kan steken.

Ik ben nooit een voorstander geweest van nivellering van inkomens en gun iedereen zijn fortuin, maar er zijn grenzen. Marktwerking is niet identiek aan overvragen en overbetalen. Marktwerking betekent ook nee zeggen tegen belachelijke salariseisen. Ik begrijp ook niets van een reactie als die van prof. Roel Bekker die in het tijdschrift Openbaar Bestuur schrijft dat het huidige loongebouw met het ministersalaris als norm voor de publieke en (semi-)publieke sector niet voldoet. Hij stelt onder meer dat het beter zou zijn als instellingen met een publieke taak, zoals woningcorporaties eigen, specifieke normen voor salarissen zouden hebben. Ik kan hier alleen maar uit opmaken, dat Bekker van mening is dat de Balkenende-norm onvoldoende is voor corporatiebestuurders en dat hij dus in principe akkoord gaat met betalingen als die van Ruigrok. Dit soort opvattingen leidt ook af van waar het echt om gaat: veel betalingen van bestuurders in de (semi)publieke sector zijn gewoon te hoog in verhouding tot hun werkzaamheden en verantwoordelijkheden en dan maakt het niets uit welke norm daarbij wordt aangehouden. Ik vind trouwens dat, gelet op de arbeidsvoorwaarden, veel hoogleraren ook veel te veel verdienen, te meer omdat velen er nog aanzienlijke privé inkomsten bij hebben en daar vaak meer tijd aan besteden dan aan hun met publiek geld betaalde onderzoeks- en onderwijstaak.

Een reactie op mijn Ruigrok-blog – en die staat er nu ook onder– sprong eruit. Dat was een subtiele berekening waaruit men zou kunnen concluderen, dat Ruigrok helemaal niet teveel heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden bij WSG gedurende negen maanden puinruimen bij WSG. ‘60K per maand is ca 3K per dag. met 8 uur per dag ca 375 per uur. Is toch niet zo gek voor een high profile professional? Dat ben je bij een beetje advocaat ook al snel kwijt.
’ Tja, zo kun je er ook naar kijken. En tja, het verdienmodel van advocaten!

Ik herlas deze week – het is immers vakantie –  The Street Lawyer (De straatvechter)  van John Grisham uit 1998. Als geen ander weet Grisham de Amerikaanse advocatencultuur te ontleden en als het gaat om governance en maatschappelijk fatsoen geeft het boek inderdaad een uitstekende kijk op wat ik wel of niet  acceptabel vind. Ik beschouw De Straatvechter ook anderszins als een zeer lezenswaardig boek, omdat het gangbare praktijken in het commercieel vastgoed en de verdienmodellen in de VS – en dus ook in Europa en Nederland – aan de kaak stelt

Een reactie tenslotte kwam van een goede vriend, die me erop wees dat een zeer bekende communicatieadviseur tien jaar geleden al 3750 euro per dag vroeg en kreeg – om vervolgens grote sier te maken binnen de PvdA. Bestuurders van onderwijsinstellingen en ziekenhuizen – zeker als het om ad interim-posities gaat – zitten ook al snel ruim boven de 2000 euro per dag, dus boven het minimumloon voor een hele maand. Hij wees erop dat Wouter Bos wat dat betreft bij zijn recente aanstelling als bestuursvoorzitter van het VU Ziekenhuis wel het goede voorbeeld heeft gegeven door akkoord te gaan met een honorering die nog onder de Balkenende-norm ligt. Bestuurders als Wouter Bos en Arjan Schakenbos van woningcorporatie Vestia zijn de juiste voorbeelden in onze maatschappij. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: