Over journalistieke normen en waarden, provoceren en ‘onze’ rechtspraak

Dat het Financieele Dagblad vorige week woensdag de rechtszaken heeft gewonnen die vastgoedondernemer Klaas Hummel en de voormalige CEO van Bouwfonds, Cees Hakstege onafhankelijk van elkaar tegen de krant hadden aangespannen, heeft nauwelijks aandacht getrokken. Voor zover ik heb kunnen achterhalen, heeft alleen het Fd over deze uitkomst – natuurlijk in triomfantelijke bewoordingen’ geschreven. De andere media hebben de korte gedingen van Hummel en Hakstege genegeerd. Net zoals diezelfde media geen enkele belangstelling aan de dag hadden gelegd, toen beide heren naar buiten brachten dat zij een kort geding hadden aangespannen vanwege het boek De Val van SNS Reaal  – geschreven door vijf FD-journalisten – en de daaraan gekoppelde publicaties in het Fd zelf.

Ik heb er zelf wel over geschreven, in maar liefst vijf bijdragen, die in januari zijn verschenen op visieopvastgoed.wordpress.com en Follow the Money. In deze blogs ga ik in op dat boek De Val van SNS Reaal, het snel daarna uitgekomen boek Giftig Krediet van NRC-journalisten Tom Kreling en Esther Rosenberg en het Hoekstra-Frijns rapport Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal. Nog voordat Hummel en Hakstege bekend hadden gemaakt een kort geding te beginnen, had ik overigens al scherpe kritiek geuit op het boek De Val van SNS Reaal en met name de delen van de hand van FD-journalist Vasco van der Boon. Zie hiervoor ook de blog: https://visieopvastgoed.wordpress.com/2014/01/05/de-val-van-sns-reaal-een-fd-journalist-als-inquisiteur/.

Ik heb ook geschreven dat ik me – los wat ik verder vind van Hummel en Hakstege en wat ze allemaal gedaan of misdaan zouden hebben – kon vinden in de argumentatie waarmee zij respectievelijk het uit de handel nemen van het bewuste boek en een rectificatie op de voorpagina van het Fd hebben geëist. Maar ik nooit heb verwacht dat een rechter in Nederland het zou aandurven een boek van journalisten uit de handel te nemen. Maar goed, ik ben geen jurist en al helemaal geen rechter. Wel voegde ik aan mijn observaties in mijn laatste blog over deze zaak (https://visieopvastgoed.wordpress.com/2014/01/27/sns-reaal-evaluatiecommissie-hoekstra-frijns-veel-fraaie-woorden-weinig-wol/) nog iets toe: ‘Blijft over de juridische acties die Klaas Hummel en Cees Hakstege hebben ingezet tegen de vijf FD-journalisten die het boek De Val van SNS Reaal hebben geschreven. Maar die juridische stappen gaan al lang niet meer over wat er allemaal (en dat is veel) bij Bouwfonds Property Finance en SNS Property Finance is misgegaan, maar gaan over journalistiek, over journalistieke waarden en normen en over journalistieke professionaliteit. Misschien is dat ook interessanter en mogelijk ook belangrijker! ’

Dat gevoel heb ik nog steeds, zeker na deze voor het FD gunstig uitgevallen uitspraak. Jan Bonjer, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad maakt zich van deze discussie wel erg makkelijk van af door na de uitspraak met veel geklop op eigen borst te verklaren: ‘Het FD hecht grote waarde aan feiten, aan gefundeerde feiten. Ik vind het zeer belangrijk dat de president van de rechtbank in beide rechtszaken heeft vastgesteld dat de publicaties en uitspraken van onze onderzoeksjournalisten voldoende steun in de feiten vinden. Dat beschouw ik als een impuls voor onze journalistiek.’

Bonjer baseert zich hierbij ongetwijfeld op de formulering in het vonnis, dat de reputatie van Hummel ‘in de eerste plaats wordt veroorzaakt door zijn handelen van destijds in deze kwestie, waarvoor hij zelf de verantwoordelijkheid draagt en waarvan de publicaties slechts een weerslag vormen’. Dat is blijkbaar een door een rechter bekrachtigde vrijheid om kromme uitspraken recht te schrijven. Over Hakstege’s bewering dat hij door het artikel in het Fd zou zijn geschaad, zegt de rechter: ‘Deze opmerkingen valt binnen de grenzen van journalistieke vrijheid en kan niet als onjuist of onnodig grievend worden aangemerkt.’ Gefeliciteerd Bonjer en het Fd, maar ik ben door de argumentatie van de rechter in het geheel niet overtuigd. Ik heb sterk het gevoel dat de rechtbank al vooraf had besloten niets tegen het Fd te zullen ondernemen en er vervolgens argumenten bij heeft gezocht.

Er is ook sprake van een weinig eenduidig beleid hieromtrent. Ik heb zelf Klaas Hummel in 2001 ‘omstreden’ genoemd in een artikel in Vastgoedmarkt en werd vervolgens door een rechter in Den Haag veroordeeld tot rectificatie. Mijn insteek bij de verdediging toen, nog wel via de bekende Amsterdamse advocaat Germ Kemper, was dat het woord ‘omstreden’ niet ‘criminaliserend’ kon worden genoemd. Maar de rechter volgde mij daarin niet, zelfs niet na mijn opmerking dat die kwalificatie in een bepaalde context ook zou kunnen gelden voor de paus, de koningin, de burgemeester van Amsterdam of mijzelf. Vergeleken met het woord ‘omstreden’ is het Fd ten opzichte van Hakstege en Hummel nu veel verder gegaan. Laat ik maar zeggen, dat Vasco van den Boon nogal ‘provocerend’ is, waarover later meer.

Afgelopen vrijdag stierf de bekende en beruchte columnist Hugo Brandt Corstius, die onder talrijke pseudoniemen (Piet Grijs, Battus, Maaike Helder en Stoker) decennia lang venijnigheden en beledigingen over Nederland en Nederlanders uitstrooide. Zo noemde hij de plannen van de toenmalige CDA-minister Onno Ruding om de uitkeringen van de minima te beperken een ’Endlösung’. ‘De ondankbaren moeten verhongeren. Verhongeren duurt te lang. Vergassen is beter. Ruding is de Eichmann van onze tijd’, schreef hij.

Voor de minister van Cultuur, Elco Brinkman was die vergelijking van Ruding met Eichmann in 1984 de bekende druppel en daarom besloot hij de voordracht van de jury van de P.C. Hooftprijs om Brandt Corstius voor de gelijknamige prijs voor te dragen niet te volgen. Dat kwam Brinkman weer van de kant van links Nederland op heel veel kritiek te staan, maar ik was het toen al met Brinkman eens. Ook beledigingen hebben hun grenzen.

Ik heb trouwens twee kwartalen colleges gevolgd bij deze Hugo Brandt Corstius, Niet omdat hij zo’n geweldige docent was – dat was hij namelijk niet – maar omdat ik bij hem in een werkgroep was ingedeeld. Brandt Corstius doceerde taalkunde aan de faculteit der Letteren van de Universiteit van Amsterdam en zijn colleges waren in die ‘gedemocratiseerde’ studie Nederlands die ik volgde, verplicht. Ik heb van deze zure man met zure bejegeningen en provocaties weinig opgestoken. Bij mijn weten is overigens nooit iemand vanwege diens veelal botte en hoogst beledigende schrijfstijl naar de rechter gestapt en misschien is dat ook juist geweest. Een  hofnar – ook een met literaire aspiraties – moet je niet serieus nemen. En het haalt veelal toch niets uit, hoezeer je het gelijk aan je kant denkt te hebben. Maar journalistiek is ook iets anders dan polimist zijn of column-schrijver. En daar gaat het me hier om.

Ik zeg dat niet zonder spijt. In het nog niet zo lange verleden betekende de Raad voor de Journalistiek nog iets in Nederland en zorgden de uitspraken van die Raad  voor enige reflectie bij journalisten en hoofdredacties, als er bij een klacht ‘gegrond’ uitrolde. Het valt me op dat de Raad voor de Journalistiek nog steeds uitspraken doet, maar dat die zelden meer ergens geplaatst of genoemd worden. Verder constateer ik dat steeds meer uitspraken de kwalificatie ‘gegrond’ krijgen, maar dat voor vele journalisten en hoofdredacties eigenlijk geldt dat ze met zo’n uitspraak ‘hun kont afvegen’, zoals ik een Fd-journalist – die ik hier maar niet bij naam noem – een keer hoorde verklaren.

Journalistieke normen en waarde, wat is daar nog van over? Of moeten we maar accepteren dat journalisten vooral inquisiteurs en provocateurs zijn? Afgelopen zondagavond kwam deze belangrijke vraagstelling ook aan bod tijdens het wekelijkse NOS-programma Studio Voetbal. Het orakel Louis van Gaal werd hier aangehaald, die tijdens een recente persconferentie zei tegen journalisten: ‘Jullie zouden alleen doorgeefluik moeten zijn van de informatie en geen mening moeten geven of proberen op te oproepen bij de spelers.  Over het algemeen worden wij door journalisten geprovoceerd. Dat was wat ik ervaar en wat mijn spelers ervaren.’

Arno Vermeulen, commentator bij Studio Sport werd hierover zeer boos. Niet op de persconferentie direct in het gezicht van Van Gaal – dat durfde hij blijkbaar niet want dan kun je hem daarna geen hand meer geven – , maar op de tv. Selectieve verontwaardiging noem ik dat. ’Van Gaal wil hiermee terug naar Noord-Korea. Dit is uiterst geringschattend naar de media toe. Of je nu sportjournalist bent of over de politiek in Den Haag schrijft, je bent er als journalist om de macht te controleren, om ze kritisch te volgen op hun woorden en daden.’ Natuurlijk werd het gespreksonderwerp al na een minuut weggedrukt ‘omdat de tijd om was’, maar het is wel degelijk zeer relevant en wordt jammer genoeg ook door veel sportjournalisten – die immers slaafs achter voetballers en trainers aanschurken – niet serieus genomen. Is het u niet ook opgevallen dat elke tv-voetbalcommentator en journalist trainers, spelers en bobo’s een hand geeft als ze na – of voor- de wedstrijd een veelal voorspelbare reactie of commentaar hebben gegeven? Ik geneer me daarvoor als journalist elke keer weer dood.

Vermeulen heeft in principe ook gelijk, maar in zijn eigen programma NOS Sport maandagavond zag ik ‘een interview-gesprek’ tussen Studio Sport-verslaggever Bert Maalderink en Wesley Sneijder en ik heb zelden zo’n zuigende en provocerende ‘ondervraging’ gezien als deze. Van Gaal heeft toch blijkbaar een punt en mijn complimenten voor Sneijder die zich niet liet ‘provoceren’. Waarschijnlijk heeft Maalderink daarna Sneijder nog wel een hand gegeven, schat ik zo in.

Terug naar de kort gedingen van Hummel en Hakstege tegen het Fd. Ik moet – als democraat – de uitspraak van de rechtbank in de twee kort gedingen dus accepteren en zij ook. Blijft over de mogelijkheid voor Hummel en Hakstege om een bodemprocedure te beginnen of  een beroep aan te tekenen. Dat  lijkt me zonde van het geld en de moeite, dus ze zullen daar van afzien. Niet omdat ze ongelijk hebben, maar omdat ze nooit gelijk zullen krijgen. Ze kunnen ook nog naar de Raad voor de Journalistiek stappen, maar dat is inmiddels een tandeloos instrument uit het verleden. Berusten lijkt me de enige weg, maar dat is tegelijkertijd het accepteren van een nederlaag. Het zij zo, arme journalistiek, arme rechtspraak.

 

 

Advertenties
Comments
3 Responses to “Over journalistieke normen en waarden, provoceren en ‘onze’ rechtspraak”
  1. Rene strijland schreef:

    Ruud, kom gezellig op 20 maart naar Amsterdam naar het hoger beroep van de vastgoedfraude.
    Niet alleen kan je het afwerkingsniveau en interieur van dit gerechtsgebouw aan het IJ bewonderen maar 20 maart wordt ook een leerzame dag hoe de hazen nu echt liepen rond het aloude NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, ooit opgericht om eigen woning bezit voor de modale burger te stimuleren.

  2. Dat het met het journaille in Nederland steeds bonter wordt weet ik al van het Limburgs Dagblad/De Limburger, of eigenlijk de ‘Pravda van het Zuiden’. Sensatie en roddelpers worden steeds belangrijker, en onafhankelijke journalistiek verkoopt niet meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: