Abdul: ‘Ich habe immer von meine Mutti gelernt: Was nicht dein ist, ist nicht dein’

Image

Afgelopen donderdag was ik te gast bij een relatie- en netwerkevent van Hütten Real Solutions in Düsseldorf op uitnodiging van eigenaar Olaf Hütten. Onder de titel ‘Balls’( ‘je hebt ‘ballen’ nodig als je succes wilt hebben met vastgoed’) waren ruim 100 Duitse beleggers, financiers, adviseurs en andere aan vastgoed gerelateerde personen uitgenodigd, maar er was ook een aantal Nederlandse marktvertegenwoordigers aanwezig. Olaf had me gevraagd het gezelschap vanaf een zeepkist toe te spreken (‘Ruud is een zeer kritische vastgoedjournalist, jammer genoeg kennen we zulke journalisten niet in Duitsland’, daar ga je van blozen!), maar had me wel voorgehouden niet al te serieus te zijn. Er moest immers ook worden gekeken naar de openingswedstrijd van het Wereldkampioenschap Voetbal tussen gastland Brazilië en Kroatië.

Wat moet je Duitse vastgoedprofessionals vertellen, die al de grootste beleggers in Nederlandse kantoren zijn en die zich afvragen of ze niet massaal gebruik moeten maken van de mogelijkheid om Nederlandse corporatiewoningen in hun portefeuilles op te nemen? Ik had ze natuurlijk kunnen vertellen dat ze vooral voorzichtig moeten zijn, maar dat weten ze, want na jaren van zonneschijn hebben veel Duitse kantorenbeleggers het nu zwaar met de exits van hun Nederlands kantorenbezit. En moest ik hen voorhouden dat het imago van het Nederlandse vastgoed niet bepaald geweldig is en dat men serieuze twijfels kan hebben over de kwaliteit van de corporatiewoningen die op de markt lijken te komen?

Ik besloot me daarom conform de leus op de bus van het Nederlands elftal in Brazilië (‘Echte kerels dragen oranje’) zoveel mogelijk in het oranje te hullen. Dus met de oranje sokken en de oranje carnavalshoed van mijn dochter, de oranje zonnebril die de Rabo Vastgoed Groep op de Provada uitdeelde en een oranje das die ik jaren geleden heb gekregen van Berghs & Partner, maar die ik nog nooit gedragen had.

Ik heb – in andere woorden – er daar in Düsseldorf maar een amateuristisch optreden van een Hollandse stand-up-comedian van gemaakt, waarbij ik – natuurlijk – ben teruggegaan naar de grootste frustratie van elke Nederlandse voetballiefhebber: de verloren finale tegen Duitsland in 1974. Goedkoop, ik geef het toe, maar ik heb in ieder geval niet hardop geroepen dat de Duitsers – behalve investeringsgeld – nu ook maar eens ‘die fietsen moeten terugbrengen!’ En verder heb ik gebruik gemaakt van de leuzen op de autobussen in Brazilië, waarin de verschillende elftallen van de deelnemende landen worden vervoerd.

Ik citeer – om een beeld te geven van de kwaliteit van mijn bijdrage aan mijn Balls-optreden in Düsseldorf – de laatste zinnen: ‘‘Ik ben van mening dat de slogan op de Belgische bus – ‘Verwacht je aan het onmogelijke!/ Attendez-vous à l’impossible! Expect the impossible!’ – het beste past bij de realiteit van investeren door Duitse beleggers in Nederlands (commercieel) vastgoed: hou rekening met het ondenkbare!

Ik weet ook dat Duitse beleggers goed op de hoogte zijn van de Nederlandse vastgoedwerkelijkheid: dus ze weten alles over de enorme leegstand, een slecht imago als gevolg van grote schandalen, de hoge werkloosheid en nog steeds een wankel consumentenvertrouwen. Daarom komt het bij veel Nederlands commercieel vastgoed neer op ‘bidden voor en hopen op het onmogelijke’. Maar het beste wat een potentiële buitenlandse belegger in Nederlandse vastgoed kan doen, is de slogans op de bussen van zowel het Duitse elftal (‘Ein Land, Eine Manschaft, ein traum’), de Belgische Rode Duivels als de Nederlandse Leeuwen te combineren: ‘Droom je rijk als een team, geloof in het onmogelijke en kleed je in oranje. Dan laat je zien dat je ‘Balls’ – ‘ballen’ – hebt, zullen de rendementen uitstekend blijken te zijn en wordt je beleggersdroom werkelijkheid’.

Tijdens de gesprekken op de hoogste verdieping van het kantoorgebouw van Die Sparkasse in hartje Düsseldorf werd me trouwens duidelijk dat het Duitse beleggers serieus is om in de Nederlandse Vestia-portefeuille te stappen. Maar liefst twee partijen lieten vertrouwelijk blijken in de veiling voor de 6000 Vestia-woningen te hebben geboden. Ook liep er een zeer aardige dame rond van een Amerikaanse vastgoedfinancieringsinstelling die aangaf klaar te staan met een enorme hoeveelheid aan miljoenen voor aanvullende financiering. Namen en exacte bedragen kan ik hier jammer genoeg niet noemen, vanwege de vertrouwelijkheid, maar hier kom ik te zijner tijd beslist op terug.

Wel eindigde die lange donderdagavond voor mij nog met een ongelukje. Ik liet namelijk mijn iphone ergens in het gebouw van Die Sparkasse liggen en kwam daar pas achter op mijn hotelkamer. De volgende ochtend meldde een zekere Abdul zich bij mijn vrouw thuis, via mijn eigen mobiel. Hij had de iphone gevonden en wilde deze graag bij mij terugbezorgen. En zo gebeurde. Abdul bleek een Marokkaan te zijn die al jaren in Duitsland werkte. Toen ik hem wilde belonen voor het terugbezorgen van de iphone, weigerde hij beslist iets aan te nemen: ‘Ich habe immer von meine Mutti gelernt: Was nicht dein ist, ist nicht dein’.

Ik moest dit weekeinde aan Abdul denken, nadat ik in de Nederlandse kranten de verslaggeving van de verhoren in het kader van de parlementaire enquête Woningcorporaties had gelezen. Zoals ik al in een eerder blog opmerkte, heb ik er weinig vertrouwen in dat deze enquête ook maar iets nieuws en zinnigs gaat opleveren. Erik Staal – de man die eindverantwoordelijk was voor de miljarden verliezen bij het derivatenschandaal dat de woningcorporatie heeft getroffen – is, aldus de Volkskrant ‘verscheurd door pijn’, maar hij wijst wel alle verantwoordelijkheid voor het onheil bij Vestia van zich af. Jammer dat, blijkens de verslagen die ik heb gelezen, niemand iets gevraagd heeft over de reizen van Staal en zijn vrouw naar Zuid-Afrika – samen met enige andere corporatiebestuurders – waar in het kader van ‘advisering’ over de mogelijkheid om ook corporatiewoningen in het voormalige land van apartheid te financieren en te bouwen, vele tienduizenden euro’s aan luxe vakantiekosten werden gedeclareerd. Alleen al die Zuid-Afrikaanse activiteiten van meneer Staal zijn de moeite waard voor een apart onderzoek door het OM.

Maar ook de andere bestuurders en toezichthouders van Vestia hebben niets, maar dan ook niets nieuws verteld bijdoe verhoren tot nu toe, behalve dan dat ze zich vrijpleiten. Wel enorme vergoedingen naar zich toe eigenen als vriendjes van Staal om toezicht te houden – in de praktijk betekende dat vooral de ogen dichtknijpen of het hoofd afgewend houden. En dan vervolgens verklaren ‘Ich habe es nicht gewüst’. Schamen moeten deze heren zich.

Gelukkig dat er nog mensen zijn als Abdul; mensen die weten hoe het moet en de uitspraak Was nicht dein ist, ist nicht dein’ bovenaan op hun integriteitslijstje hebben staan. Corporatiegeld en corporatiewoningen zijn publiek bezit en dat moet je fatsoenlijk en met veel liefde koesteren en beheren en er niet mee omgaan alsof het je private eigendom is. Voor mij is een ding zeker, als de corporatiesector de afgelopen jaren zou zijn geleid door mensen met hetzelfde fatsoen als mijn Marokkaanse vriend Abdul in Düsseldorf, zouden we niet zulke graaipraktijken en tegen het criminele aanzittend eigenbelang hebben gezien en zou de Nederlandse corporatiesector er heel wat beter hebben voorgestaan.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: