Journalistiek is inderdaad geen vak voor bange mensen, Jan Bonjer!

Vorige week verscheen het boek ‘Geen vak voor bange mensen’ van twee journalisten die ik hoog heb zitten: voormalig collega-buitenland correspondent Bernard Hammelburg en Paul van Liempt, bekend van BNR en RTL Z. Het is een boek voor en over journalisten, die zich zelf nog wel eens graag zien als ‘de vierde macht’, met een bijzondere roeping om de gewone burger te beschermen tegen de slechte, boze wereld. Die bestaat dan weer uit corrupte en slechte politici, criminele zakenlieden en uitvreters, regenten en ander rechts – en vooral superrijk -tuig, als ik het zo mag samenvatten.

Het boek geeft ook, onder meer door interviews met een aantal bekende en vooraanstaande Nederlanders die veel met journalisten te maken hebben, een beeld van hoe journalisten door het grote publiek worden bezien en op waarde geschat: als klungelaars die maar wat aan rommelen en als nieuwsbrengers die enkel uit zijn op sensatie. ‘Ze laten hun gasten niet netjes uitpraten, rukken uitspraken uit hun context, jagen uitsluitend op negatief nieuws, sjoemelen met dubieuze en anonieme bronnen, hebben geen idee waarover ze het hebben, zijn bevooroordeeld, misleiden met schreeuwerige koppen en kopiëren elkaars verhalen’.

Hammelburg en Van Liempt zijn het daar natuurlijk niet echt mee eens, maar begrijpen de kritiek op hun collega’s maar al te goed. Vandaar dat ze proberen uit te leggen hoe journalisten hun werk doen. Daarmee proberen ze begrip te kweken bij de ‘slachtoffers’ van die journalisten en hun hoofdredacteuren.

Bij het lezen van het boek moest ik denken aan een zeldzaam excuus van de kant van de hoofdredacteur van het Financieele Dagblad (Fd), Jan Bonjer, eind augustus. Aanleiding was een publicatie op 3 april van dit jaar. FD-redacteur Siem Eikelenboom schreef op die dag met nogal veel journalistieke bombarie dat er tegen ‘Jos Baeten, topman van staatsverzekeraar ASR, aangifte is gedaan wegens meineed. Baeten zou juli 2014 onder ede tijdens een getuigenverhoor voor de rechtbank Utrecht hebben gelogen over zijn kennis over een hoofdpijndossier uit de geschiedenis van ASR.’

Op zich is er niets mis mee dat het Fd bericht dat een zekere Jos Lindhout tegen Baeten aangifte heeft gedaan wegens meineed. Als iemand in een zakelijke of private kwestie vindt onrechtmatig behandeld te zijn, mag hij daarvan vanzelfsprekend aangifte doen. Omdat het hier ging om de persoon van de bestuursvoorzitter van ASR, Jos Baeten, is het logisch dat een blad als het Fd dat meldt. Ik denk dat ASR en Baeten dat begrijpen. De vraag is – en die wordt hier niet voor het eerst gesteld – of het FD bij de berichtgeving de juiste proporties aanhoudt? In sommige gevallen dus niet. Het Fd speelt waar het gaat om mogelijke en veronderstelde fraude bij vooraanstaande zakenlieden en witte boordencriminaliteit maar al te graag zwaar op de persoon. Het Fd zit door de toonzetting van een nieuwsfeit regelmatig op de stoel van het OM en zelfs van de rechtbank. Trial by media met andere woorden.

Eind augustus – dus tweeënhalve maand later – plaatste het Fd een vrij verrassend bericht van de hand van hoofdredacteur Jan Bonjer: ‘Op de redactie van het FD is discussie ontstaan over de vraag of wij voldoende zorgvuldig zijn geweest bij het onderzoek (over de beschuldigingen aan het adres van Baeten; rdw) en de daaruit voortkomende publicatie van vrijdag 3 april. Ik heb als eindverantwoordelijk hoofdredacteur besloten tot het houden van een interne evaluatie. (-) Mijn conclusies deel ik met de lezers van het FD, onder wie hopelijk wederom Jos Baeten, omdat zij en hij recht hebben te weten hoe wij handelen, hoe wij onszelf reguleren en hoe wij leren.’

Bonjer besluit met de drie punten waarop het Fd onzorgvuldig zegt te hebben gehandeld:
1. We hebben aan de aangifte tegen Jos Baeten wegens meineed disproportioneel veel aandacht besteed. Het onderwerp is niet goed gewogen. Dit is grotendeels veroorzaakt door het achterwege blijven van diverse, gebruikelijke ‘checks and balances’ op de redactie. (-)
2. We hebben bij ASR minimaal wederhoor gepleegd. Per mail zijn uitsluitend vragen voorgelegd over de aangifte wegens meineed, niet over het gehele relaas van de heer Lindhout. Gezien de prominente aandacht die we aan het onderwerp gingen besteden en gezien de ruimte die de heer Lindhout kreeg voor het doen van zijn verhaal, was een breder en ruimhartiger wederhoor bij ASR/Jos Baeten op zijn plaats geweest.
3. Wij hebben ons onvoldoende rekenschap gegeven van de impact van de publicatie op de betrokken hoofdpersoon, in casu Jos Baeten, zijnde de eindverantwoordelijke bestuurder van een grote financiële instelling in dit complexe tijdperk. Het sterke ‘ad hominem’-karakter van de publicatie en de daarbij gebruikte beelden hebben de heer Baeten onnodig en ten onrechte beschadigd.
Op grond van deze interne evaluatie voeren wij diverse aanscherpingen door in de beoordeling van journalistieke onderwerpen in diverse stadia.(-) Dit is een ronduit pijnlijke afwijking van de betrouwbaarheid die wij voorstaan en dag-in-dag-uit willen en opnieuw zullen waarmaken. Ons excuus aan Jos Baeten én aan de lezer.’

Ik vind het uitstekend dat een vooraanstaand medium als het Fd bij monde van zijn hoofdredacteur diep door het stof gaat. Terecht ook. Want zoals Bonjer schrijft, het Fd heeft in dit geval niet bepaald uitgeblonken door fatsoenlijke of professionele journalistiek.

Ik ga er wel van uit dat van de kant van ASR en Baeten de nodige druk is uitgeoefend op de hoofdredactie en directie van het Fd. Het intrigeert mij wel waarom Bonjer in dit geval is bezweken onder de druk, maar bijvoorbeeld niet toen anderhalf jaar geleden Fd-journalist Vasco van der Boon op een ongelooflijk onjournalistieke manier Peter Keur aanpakte, toen nog directievoorzitter van de grootste vastgoedbank van Nederland, FGH Bank.

Ik heb de drie redenen die Bonjer opgeeft voor zijn mea culpa over de publicatie over Baeten, nog eens over de gewraakte en prominente Fd-berichtgeving over Peter Keur gelegd en kom tot de conclusie dat er in het geheel geen verschil is. Voor mij – en ik denk ook voor Keur niet – hoeft Bonjer zich niet alsnog in zijn krant te verontschuldigen over de schandalige publicaties van Van der Boon – inclusief een hoofdredactioneel commentaar – over Keur, maar het zou van hoofdredactioneel fatsoen getuigen als hij Keur persoonlijk een briefje schrijft.

Ik vrees dat het niet zover zal komen. Onder het artikel waarin Bonjer, zijn excuses aanbiedt aan Baeten, staat zijn emailadres, met de oproep aan lezers om in gevallen van aan- of opmerkingen zich rechtstreeks tot hem te richten. Dat heb ik gedaan, met het vriendelijke verzoek om nu ook zijn excuses aan te bieden aan Peter Keur? Na ruim een week heb ik nog geen reactie ontvangen. Ik denk dat andere lezers en abonnees, die eerder door publicaties in het Fd ten onrechte in een kwaad en/of buitensporig daglicht zijn geplaatst, weinig hoop moeten hebben dat Bonjer daadwerkelijk zijn consequenties trekt en ook hen met gepaste excuses weer aan het lezen van het Fd krijgt.

Maar misschien ben ik te cynisch en te negatief en betekent het excuus van Bonjer wel degelijk een ommekeer bij het Fd. In de woorden van Hammelburg en Van Liempt: Journalistiek is geen vak voor bange mensen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Iets minder pretenties en heel wat meer zelfkritiek, zou de geloofwaardigheid van dit fantastische beroep zeer ten goede komen. Ook bij het Fd.

Advertenties
Comments
One Response to “Journalistiek is inderdaad geen vak voor bange mensen, Jan Bonjer!”
  1. ien schreef:

    samenvatting van een journalist met roeping: http://www.lijkenpikker.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: