Over de doden niets dan goed, zelfs over Decembermoord-medeplichtige Marcel Zeeuw

Met dank aan Peter Driessen, CBRE

Ik wil niet elke week over de dood schrijven, maar deze blog stond al klaar, toen ik afgelopen week het bericht kreeg van het overlijden van mijn vriend Erik van Ees. Dood hoort bij het leven, zeker als je ouder wordt, en het schrijven over de dood van vrienden en bekenden hoort daar ook bij. In ieder geval bij mijn leven, vandaar.

Twee weken week werd door een paar kranten gemeld dat de 61-jarige Marcel Zeeuw dood in zijn woning in Paramaribo, Suriname is aangetroffen. Zeeuw is nooit een bekende Nederlander of Surinamer geworden, maar hij was een van de verdachten in de procesgang van de Decembermoorden. Persoonlijk heb ik enige dagen met hem te maken gehad en die ervaring heeft mijn verdere leven enigszins getekend.

Marcel Zeeuw was in februari 1980 een van de zestien jonge militairen van het nog niet zo lang daarvoor gevormde Surinaamse leger. Gewapend met jachtgeweren en kapmessen grepen ze de macht in Paramaribo en kregen daardoor een positie die tot de dag van vandaag duidelijk aanwezig is. Zoals bekend werd die machtgreep uitgevoerd onder leiding van de huidige president Desi Bouterse. Ik herinner me dat als de dag van gisteren, want ik woonde in Paramaribo en was er die eerste chaotische dagen na de onverwachte machtsovername nauw deelgenoot van als journalist.

In de nacht van 8 op 9 december 1982 werden vijftien tegenstanders van het militaire regime in het bekende Ford Zeelandia aan de Surinamerivier gemarteld en vermoord. Op dat moment was ik in Nederland, maar in februari 1983 kreeg ik toestemming om terug te keren. Zeeuw was op dat moment commandant van de Militaire Politie – met de titel majoor – en hield hoofdkwartier in een historisch, voormalig koloniaal pand, vlak naast Ford Zeelandia. Over de rol van Zeeuw bij de gruwelijke moordpartij is nooit enige betrouwbare informatie verschaft, maar algemeen wordt aangenomen dat hij erbij betrokken is geweest. Zoals bekend loopt het proces tegen Bouterse en zijn medecoupplegers nog steeds, hoewel niemand meer verwacht dat er ooit een oordeel zal worden geveld, laat staan dat de coupplegers alsnog worden veroordeeld en een straf moeten uitzitten. Van de oorspronkelijke vijftien coupplegers uit 1980 zijn er overigens nog slechts zeven in leven, na de dood van Zeeuw.

Ik maakte persoonlijk kennis met Zeeuw eind februari 1983. Ik had hem een paar keer ontmoet, maar we hadden elkaar daarvoor nooit echt gesproken. Ik werd ‘s ochtends door een zwaarbewapende commando-eenheid van de Militaire Politie uit de woning waar ik in Paramaribo verbleef, opgehaald, terwijl ik bezig was een reportage naar de Nederlandse radio door te spelen. Bij aankomst in het hoofdkwartier van de MP wachtte ‘el commandante’ Zeeuw me persoonlijk op. Hij begon direct op me in te slaan, nog voordat ik een woord had kunnen zeggen.

Ondergeschikten van Zeeuw trokken hem van me af en brachten hem tot bedaren. Vervolgens werd ik naakt in het cellencomplex voor het hoofdkwartier van de MP, The Devil opgesloten, waarbij me werd voorgehouden dat ik daar zou worden opgehangen. Ik schreef er al eens over in deze blog (https://visieopvastgoed.wordpress.com/2012/03/16/de-decembermoorden-the-devil-en-rode-hollandse-bakstenen/).

Na enige dagen van intensieve verhoren kreeg ik te horen dat ik het land zou worden uitgezet. Dat was beslist te danken aan de commotie die mijn aanhouding in Nederland had opgeroepen. De reden van mijn arrestatie is me nooit medegedeeld. Ik vermoed dat in die dagen en maanden na de moord op 15 vooraanstaande Surinamers de angst bij de coupplegers rond Bouterse er goed inzat. Er gingen namelijk geruchten dat Amerikaanse en Nederlandse militairen onderweg waren om de democratie in Suriname desnoods met geweld te herstellen. Ik neem aan dat Bouterse en Zeeuw mij aanzagen voor een ‘verklede’ spion in plaats van een journalist.

Met commandant Zeeuw is het sindsdien niet echt meer goed gekomen. Hij werd onder meer in verband gebracht met martelingen en geweld tegen arrestanten, zoals ik ook zelf heb ondervonden. Dankzij zijn band met Boutese wist hij het binnen het Surinaamse leger te schoppen tot de rang van luitenant-kolonel, maar veel heeft hij niet van zijn militaire loopbaan gemaakt. In 1993, na het aftreden van Bouterse als legerbevelhebber, werd hij directeur van het kabinet van diens opvolger Arthy Gorré, ook een van de coupplegers van het eerste uur. In de tweede helft van de jaren ‘90 zette hij enkele commerciële activiteiten op. Hij organiseerde onder meer de Miss Suriname-verkiezing. Van couppleger en martelende MP’er tot aanbieder van mooie meisjes. Het is een vreemde loopbaan.

Zeeuw werd echter door Justitie, zowel in Suriname als Nederland, ook in verband gebracht met handel in cocaïne in nauwe samenwerking met Bouterse. Begin 2009 kreeg hij toestemming om in Nederland te getuigen in het drugsproces tegen Bouterse, maar werd zelf opgepakt als verdachte. Hij zat tot juni dat jaar in voorarrest, maar Justitie moest hem wegens gebrek aan bewijs vrijlaten en hij reisde terug naar Suriname. Ik heb toen nog even overwogen hem persoonlijk aan te klagen voor het feit dat hij me in februari 1983 als commandant van de MP zonder enige aanleiding in elkaar had geslagen. Ik zag er toch van af, omdat ik ook het in elkaar worden geslagen als een beroepsriscio beschouw.

Sindsdien heb ik weinig meer over Zeeuw vernomen. Dat komt deels omdat ik me al lang niet meer met Suriname bezighoud. Maar ik volg wel, voor zover mogelijk, de stagnerende procesgang wegens de moord op die vijftien Surinamers in de nacht van 13 december 1982. Niet in het minst omdat daaronder vier Surinamers zaten, die ik goed kende: Kenneth Gonçalves, Ampie Kamperveen, Frank Wijngaarde en Jozef Slagveer.

Over de doden niets dan goeds, zeg het spreekwoord, dus verder niets slechts meer van mij over Marcel Zeeuw. Mijn laatste persoonlijke herinnering aan hem gaat terug naar de avond voordat ik werd uitgewezen en ik te horen kreeg dat ik de volgende dag op een KLM-vlucht naar Amsterdam zou worden gezet. Rond een uur of acht werd ik door een lid van de MP uit mijn cel gehaald en naar de bar van het MP-hoofdkwartier gebracht. Daar zat majoor Zeeuw. Hij nodigde me uit naast hem plaats te nemen en bood me een djogo (literfles) Parbo-bier aan. En vervolgens zijn excuses, omdat hij me een paar rake klappen had verkocht. Zijn manschappen hadden hem daartoe overgehaald, zei hij. We dronken twee flessen bier en toen werd ik weer teruggebracht naar mijn cel. De twee MP’s die me begeleidden, zetten me nog wel even ‘voor de lol’ voor een opgestelde mitrailleur aan de achterkant van het gebouw, aan de Surinamerivier. Die mitrailleur moest eventuele aanvallers vanuit het buitenland op de coupplegers van Bouterse afschrikken.

Ik heb die nacht goed geslapen dankzij de flessen Parbo-bier van Zeeuw. Ik maakte me zelfs geen zorgen dat me iets zou kunnen overkomen, ook al hadden de MP’s de celdeur opengelaten. Zoals ik schreef: over de doden niets dan goeds, zelfs als ze Zeeuw heten.

Advertenties
Comments
One Response to “Over de doden niets dan goed, zelfs over Decembermoord-medeplichtige Marcel Zeeuw”
  1. Rogier Hentenaar schreef:

    Heftig Ruud! Dichterbij de vermoedelijke daders van de decembermoorden heb je niet kunnen komen. Wel een stuk spannender journalistiek dan vandaag de dag achter een beeldscherm de berichtjes te tikken.

    Toevallig liep ik afgelopen zaterdagochtend langs de Stoperij met het herinneringsbord daarvan. Alweer bijna 33 jaar geleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: