Misschien was hij een Vreemdeling, voor ons was Rudolf Bakker een zeer dierbare vriend

IMG_3076.JPG

Eind juli 2017: toch nog met een glaasje korenwijn

Vanmiddag – 24 augustus 2017 – wordt onze vriend, journalist en schrijver Rudolf Bakker in het Franse Nîmes gecremeerd. Rudolf – officieel Rudolph – overleed afgelopen vrijdag na een kort ziekbed in het ziekenhuis van Avignon op 87-jarige leeftijd. De van geboorte Zeeuw was buitenlands correspondent voor onder meer de GPD-bladen, Haagsche Courant en het weekblad De Tijd-Haagsche Post (en voorlopers daarvan) in Rome, Bonn, Londen en Parijs.

Vanaf 1976 woonde Rudolf in Parijs, en sinds zijn pensionering in 1991 in St. Rémy de Provence. Hier legde hij zich met name toe op min of meer autobiografische boeken. Zijn grootste succes boekte hij met zijn ‘vriendengids’ Provence & Côte d’Azur, ook wel ‘De Dikke Bakker’ genoemd. Daarnaast maakte hij talrijke reportages en nieuwsberichten voor Veronica Nieuwsradio, NCRV, VPRO-radio en Radio 1, onder meer ter gelegenheid van de Tour de France. Ook schreef hij essays voor het literaire blad Maatstaf.

IMG_20170824_0002.jpg

Ik kende Rudolf vanaf 1980. Ik was toen correspondent voor de GPD-bladen in Suriname en hij nodigde mij, na een met veel drank overladen correspondentenoverleg in Den Haag – uit hem eens bezoeken in zijn huis in Ecquevilly, vlakbij Parijs. Uit de regelmatige bezoeken aan Rudolf – vanaf 1987 met mijn vrouw Marjanne Wassink – groeide een trouwe vriendschap die ook voortging na zijn pensionering en verhuizing naar St. Rémy de Provence. Vrijwel elk jaar bezochten we hem daar, voor het laatst afgelopen juli; bezoeken die gekenmerkt werden door urenlange gesprekken, discussies – soms erg fel – en het ophalen van herinneringen, gelardeerd met wijn, korenwijn, whisky, rosé, witte wijn en daartussendoor vele sigaren. En natuurlijk heerlijk eten, zoals ‘onze’ Catalaanse tallarinas (‘tellines’) die we altijd meenamen, ‘zijn’ tomaten met olijfolie, mozzarella en de beroemde lokale basilicum, en al die andere lekkere dingen die de Provence zo kenmerken.

IMG_0836.jpg

2014: het leven als Rudolf in Frankrijk

Rudolf was de klassieke ‘buitenlandse correspondent’. Hij werd dan ook terecht door de ook overleden voormalige hoofdredacteur van de GPD, Jan van Beek – ‘le GPD c’est moi’ – ooit omschreven als ‘een van de supernomades van deze eeuw’.

Deze Zeeuw (uit Sluis) in hart en nieren begon zijn journalistieke loopbaan overigens op de burelen van de Haagsche Post, daartoe overgehaald door de ‘legendarische’ GBJ Hiltermann en diens vrouw Sylvia Brandts Buys, met wie Rudolf tot hun dood innige vriendschap heeft gehouden. Volgens Van Beek was het de ‘verborgen nomade in hem’ die hem deed overhalen de ‘burelen van de Haagsche Post te ruilen voor ‘Das Buro’ van de Hollandse Provinciale Kranten in Bonn’, de inmiddels ook al teloorgegane GPD. Na Bonn volgde Rome en London – en wel ‘Pelham Street 14 in Southwest Kensington’. Van Beek: ‘Bij de langdurige verbouwing van het pand was het nog even de vraag hoe luxe de badkamer van de Au-pair onder de hanenbalken mocht zijn’.

Vanaf 1976 was Rudolf correspondent in Parijs voor de Haagsche Courant – en dus, dankzij een uiterst ingewikkelde afspraak – ook voor de GPD-bladen. In 1991 kwam daar een einde aan, omdat hij zeer tegen zijn zin in de VUT moest. Bij die gelegenheid belastte ik me met de samenstelling van een ‘liber amicorum’ die de titel Vreemdeling kreeg. Teruglezend is dat nog steeds een prachtig boekwerkje, met bijdragen van gelouterde vrienden, collega’s en briljante journalisten als Jan van Beek (ex-hoofdredacteur GPD), Paul Hollaar (idem), Philip Freriks( correspondent voor de Volkskrant en onder meer presentator NOS Journaal), Jan Geert Majoor (ex-hoofdredacteur Noord–Hollandse Dagbladen), Rimmer Mulder (ex-hoofdredacteur Leeuwarder Courant), Haye Thomas (correspondent voor NOS Journaal) en Peter van Nuijsenburg (onder meer GPD-correspondent in Bonn en Johannesburg. Hij kreeg – in een tijd dat bekende ‘buitenlandse correspondenten’ voor Nederlandse media nog vrijwel automatisch een lintje kregen – ook een lintje bij zijn afscheid als correspondent in Parijs, hoewel hij als ‘republikein’ dat natuurlijk eigenlijk niet acceptabel vond. Maar hij was er maar al te blij mee. In het boekje Vreemdeling schreef hij bij een bezoek aan ons in Barcelona in 1994: ‘Voor Ruud, de geestelijke vader van dit boekje en voor Marjanne die niet gelooft wat erin staat, naar ik hoop’.

IMG_20170824_0006.jpg

In het voorwoord van de Vreemdeling som ik een aantal aspecten op van zijn persoonlijkheid, die ook ruim 25 jaar later nog steeds van kracht zijn: ‘man, vader, correspondent, journalist, literator, francofiel, vrouwenliefhebber, drankoloog en biciclist,’ alsook ‘de drang naar historisering, het bloemrijke, soms archaïserende taalgebruik; het gevoel voor schijnbaar onbenullige details; zijn eeuwige strijd met het socialisme en vooral communisme en ten slotte zijn ongeëvenaarde ridiculisering van alles wat maar met de ex-president van Frankrijk Mitterand te maken heeft.’

Rudolf wilde trouwens helemaal niet in de VUT, omdat hij vreesde dat hij er in inkomsten en onkostenvergoeding achteruit zou gaan. Want gierig kon hij ook zijn. Maar juist die VUT en zijn definitieve vertrek van Ecquevilly naar St. Rémy de Provence in 1993 openden voor hem een nieuwe toekomst, namelijk die van schrijver van vooral autobiografische boeken. Dat waren er een vijftal, alle uitgegeven door de Arbeiderspers: ‘Gallische Brieven’, ‘Hoe komt het dat ik nog leef’, ‘Het treintje van de Weemoed’, ‘Altijd weer Frankrijk en andere Gallische hartenkreten’ en ‘Gewoon doorlopen, er is hier niets te zien.’

IMG_20170824_0008_NEW.jpg

Zijn meesterwerk was echter zijn ‘vriendengids’ Provence & Côte d’Azur, ‘De Dikke Bakker’ genoemd. Ik herinner me nog goed de discussies die we hadden over dit persoonlijke boek, dat volgens De Arbeiderspers een boek moest worden in de lijn met het eveneens succesvolle boek van José Rentes de Carvalho, Portugal. Dat kon je goed aan Rudolf overlaten: persoonlijke en eigenzinnige observaties en meningen over Frankrijk of een deel ervan. Van Provence & Côte d’Azur verschenen meerdere drukken en hij won er ook een prijs mee van De Reizende Zon.

Afgelopen maand juli brachten we nog vijf avonden en middagen met Rudolf door, zoals elk jaar. We wisten dat zijn lymfeklierkanker was teruggekeerd en dat hij er niets voor voelde opnieuw bestraald te worden of een chemokuur te ondergaan. Marjanne en ik hadden de indruk dat hij zich realiseerde dat zijn tijd gekomen was, hoewel hij bang was voor een langdurige en pijnlijke ziekenhuisgang. Maar de sigaren, de korenwijn – die we hadden meegenomen –, de rosé en de witte wijn smaakten nog steeds in zijn fraaie tuin, net zoals de tomaten met olijfolie, basilicum en mozzarella, plus wat zeezout. En natuurlijk waren er de verhalen en de herinneringen.

IMG_0446.JPG

2011: Ergens op een terras in St. Rémy de Provence

We vertelden Rudolf dat we ook nog Aix-en-Provence wilden bezoeken en dat we zijn boek Provence & Côte d’Azur als uitgangspunt zouden nemen. De volgende dag – terwijl we al in Aix waren – belde hij ons toch maar even om te vertellen dat we zijn boek niet al te letterlijk moesten nemen, althans de beschrijving hoe we er moesten komen: ‘Sinds de laatste druk zijn de toegangswegen en de afslagen nogal veranderd’.

De dood van Rudolf, drie weken later – terwijl wij in Barcelona waren – heeft ons niet verrast. Integendeel, we zijn vooral opgelucht. Rudolf zag op tegen het traject dat zoveel ouderen die voor de dood staan, moeten ondergaan: een ziekenhuis, veel pijn, een lange lijdensweg. Dood wilde hij trouwens niet, het liefst wilde hij nog decennia doorgaan daar in zijn woning in het prachtige – voor hem veel te toeristische – St. Rémy de Provence, tussen zijn duizenden boeken, zijn geliefde tuin en met zijn kat Felix op schoot, tussen de wijn- en bierflessen en de kistjes met sigaren. Maar Rudolf wist dat zijn tijd gekomen was en afgelopen maandag hebben we dan ook met liefde samen met zijn dochter Justine, zijn kleinzoon en een paar andere dierbaren herinneringen opgehaald, inderdaad onder het genot van een sigaar en de nodige wijn.

Twee dingen wil ik nog wel kwijt. Toen wij een maand geleden in St. Rémy de Provence waren, was daar ook de NOS voor De Avondetappe. Die avond, aan het einde van de laatste editie van de Tour de France, werd het programma van de Avondetappe verzorgd vanuit de voormalige psychiatrische inrichting waar ooit Vincent van Gogh een jaar verbleef – vlak voor zijn dood – en waar hij ruim 150 schilderijen maakte. Ik ben die avond langs de plek gelopen waar de NOS zou uitzenden en heb me moeten inhouden om niet binnen te lopen om Dione de Graaff te overtuigen Rudolf alsnog een plek in haar programma te geven. Niemand anders dan Rudolf kon immers zo innemend, deskundig en eigenzinnig over Van Gogh, Frankrijk en de Tour de France vertellen dan Rudolf Bakker. Rudolf moest glimlachen toen ik het hem vertelde.

Ruim een jaar geleden had Jeroen Krabbé voor zijn tv-serie over Vincent van Gogh in Arles een lang gesprek met Rudolf, onder meer vanwege zijn boek ‘Het treintje van de Weemoed’. Rudolf was teleurgesteld dat dit opgenomen gesprek het uiteindelijk niet heeft gehaald in de tv-serie die zeer succesvol was. Maar hij begreep dat dat het laatste was waarover hij zich nog druk moest maken. Ik zou die beelden overigens graag zien.

Met de dood van Rudolf kan zeker een streep worden gezet onder een lange rij van ‘traditionele’ correspondenten/ journalisten. Govert van Brakel beschreef dat heel treffend op Facebook: ‘Toen ik als jongeman in 1976 de GPD-burelen betrad aan het Lange Voorhout als bureauredacteur Binnenland, was Rudolf al correspondent in Parijs. (-) In die tijd waren buitenlandse correspondenten nog ‘meneren’ (en de pers in het algemeen, de Koningin der aarde; andere tijden). Mensen als hij, Henk Leffelaar, Henk Kolb…. In latere radioprogramma’s mocht ik Rudolf zeggen. Het heeft altijd een zekere moeite gekost’.

IMG_2107.JPG

Onze dochter Jinke, in de tuin St. Rémy de Provence, met Rudolf

Meneer, inderdaad, maar altijd Rudolf en vriend, ondanks ‘een leeftijdsverschil’ van twintig jaar. Bij ons – Marjanne, onze kinderen Jacco en Jinke en zeker bij mij – zal Rudolf Bakker als zodanig blijven voortbestaan. St. Rémy de Provence zal voor ons nooit meer hetzelfde zijn, maar ik hoef niet eens met mijn ogen te kripperen om zijn licht ironische glimlach op te roepen. Rust zacht, eigenzinnige en zeer bijzondere vriend.

 

Advertenties
Comments
2 Responses to “Misschien was hij een Vreemdeling, voor ons was Rudolf Bakker een zeer dierbare vriend”
  1. Gerbrand Osinga schreef:

    Prachtige levensschets van de heer Rudolph Bakker. Ruud, gecondoleerd met het verlies van jouw dierbare vriend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: