Winnie Mandela: een tragische heldin die jammerlijk van haar eigenhandig gecreëerde troon viel

 

IMG_20170705_0002

Eigen foto Winnie Mandela uit 1984

Ik stond gistermiddag op de prachtige golfbaan van Skukuza, de ‘hoofdstad’ van het Kruger National Park.  Op een golfbaan gaat de telefoon uit en kijk je niet naar mailtjes en what’s app-berichten. Daarom miste ik het berichtje van mijn zoon Jacco in Nederland rond 16.00 uur, dat Winnie Mandela was overleden. Ik las het bericht pas drie uur later, na eerst op de terugweg door het Kruger Park te zijn geconfronteerd met een veertien wilde honden achtervolgd door drie hyena’s. Zo vaak kom je dat ‘wilde’ gezelschap niet tegen op de weg.

Mijn gezin weet hoe belangrijk Winnie Mandela in mijn leven is geweest. Net zoals zovele andere, inmiddels legendarische Zuid-Afrikaanse strijders tegen de apartheid: Desmond Tutu, Helen Suzman, Albertina Sisulu, Beyers Naudé, Nelson Mandela natuurlijk (hoewel ik die nooit heb gesproken), Thabo Mbeki en zijn vader Govan Mbeki. Winnie was mijn eerste politieke liefde, een beetje hyena en wilde hond tegelijk, dus onbetrouwbaar. Met uiteindelijk weinig knuffelgehalte.

Winnie Madikizela Mandela is echter vooral een tragische heldin in de klassieke Afrikaanse context, die jammerlijk en diep weggleed in de strijd tegen de apartheid. Aan haar was overigens niets menselijks vreemd: het zoeken naar liefde bij verkeerde mannen (inclusief veiligheidsagenten van de gehate Zuid-Afrikaanse politie, de BOSS, terwijl haar man Nelson op Robbeneiland zuchtte), haar egoïstische en vaak krampachtige pogingen om een eigen rol te vinden in de moeizame en soms onmenselijke strijd tegen apartheid, haar haat ten opzichte van Afrikaners en andere blanken (maar ze profiteerde er wel van er voor zich zelf beter van te worden) en ook trekjes van oneigenlijke ambitie, eigenzinnigheid en soms meedogenloosheid. Vooral de dood van de veertienjarige Stompie Moeketsi Seipei, die ze op haar naam heeft staan (plus mogelijke nog een aantal andere jongeren die zij van verraders van ‘de goede zaak’ betichtte), zal altijd aan haar blijven kleven, ook nu ze dood is. Net zoals haar veroordelingen voor diefstal en fraude en haar zucht naar geld, macht en roem ten koste van iedereen, inclusief haar ex-man Nelson Mandela, het ANC en de strijd tegen apartheid.

Maar over de doden niets dan goed en zeker niet over iemand die veel ‘verkeerd’ heeft gedaan (volgens haar volgers, zoals ik), maar ook iemand die een enorme moed had, voor niets en niemand bang was – inclusief de geheime politie, de apartheidsblanken en ook de gevestigde machtsorde van het ANC – en die daarnaast over een natuurlijke intelligentie beschikte en zelfs genegenheid kon uitstralen naar iemand met wie ze op de een of andere manier een band had, inclusief de ‘gehate’ blanke Afrikaner of een buitenlandse correspondent als ondergetekende.

Ik heb in deze blog en – langer geleden – in kranten en tijdschriften al veel over Winnie Mandela geschreven. Zie onder meer: https://visieopvastgoed.wordpress.com/2013/07/05/nelson-mandela-een-vriend-die-ik-nooit-de-hand-kon-schudden/  en

https://visieopvastgoed.wordpress.com/2017/07/05/de-zelfverklaarde-goden-winnie-mandela-en-desi-bouterse-blijven-me-achtervolgen/ Ook zullen de media inmiddels breed hebben uitgepakt over haar dood, waar ik weinig aan toe te voegen heb.

winnie-zenzi-en-ruud-soweto1

Een ontmoeting met Winnie en dochter Zindzi in 1988, foto Louise Gubb

Toch in het kort mijn ‘relatie’ met haar. Ik ontmoette Winnie voor het eerst eind 1984. Ze was net door de politie en de regering-Botha verbannen naar een township van het kleine blanke boerendorp Brandfort in de Oranje Vrijstaat, zo’n 400 kilometer van haar huisje in Soweto bij Johannesburg. Ze had daar huisarrest gekregen. Ik mocht haar als buitenlands correspondent pas bezoeken na langdurige consultatie per telefoon – Brandfort had één publieke telefooncel die Winnie soms urenlang voor zichzelf opeiste – en allerlei bureaucratische formaliteiten. Niet alleen van de kant van de apartheidsregering – ze had huisarrest en mocht eigenlijk niet met de media spreken – maar ook van de kant van haar advocaat Ismael Ayob, die voor zo’n afspraak weer moest overleggen met het ANC-hoofdkwartier in ballingschap, te weten in de Zambiase hoofdstad Lusaka.

Het ANC stelde op dat moment in de buitenlandse media niet zo veel voor, misschien met uitzondering van Nederland. Nelson Mandela was als politieke gevangene in 1984 helemaal niet zo bekend. Alle aandacht in de strijd tegen apartheid ging uit naar het binnenlandse verzet en dan met name naar de persoon van de Anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu die in september 1984 de Nobelprijs voor de vrede had gekregen. Die toekenning van de Nobelprijs aan Tutu – samen met de net gepubliceerde en ook indrukwekkende autobiografie van Winnie Mandela, Part of my Soul – verlegde wel de internationale aandacht naar de achtergronden van de anti-apartheidsstrijd en het is mede aan Winnie te danken geweest dat in een vrij korte tijd Nelson Mandela de centrale persoon werd als symbool van diezelfde strijd.

Mijn eerste geplande ontmoeting met Winnie in Brandfort ging overigens niet door, omdat ze blijkbaar onverwachts andere dingen belangrijker vond en ik voor haar huisje in de zwarte wijk van Brandfort werd weggestuurd. Achteraf begreep ik dat ze op dat moment met een van haar vrienden in bed lag en dus geen zin had met een onbekende Nederlandse journalist te spreken. Een paar weken later werd dat goedgemaakt en vond een urenlange ontmoeting met haar plaats, waarover ik veel heb geschreven voor onder meer de GPD-bladen (de regionale media) en voor het maandblad Onze Wereld van de toenmalige NOVIB en die ook deels door de VPRO op de radio is uitgezonden.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken: ik was vanaf het allereerste moment dat ik Winnie sprak, helemaal weg van haar. Haar stem, haar vriendelijkheid, haar innemendheid, haar dictie, kortom haar totale uitstraling. Daarmee, zo bleek later, verborg ze tegelijk de negatieve aspecten van haar gedrag.

Een persoonlijke anekdote wil ik hier wel vertellen. Aan het einde van ons eerste gesprek vroeg ze me of ik een vriendin had. Ik vertelde haar dat ik een relatie had met een vrouw in Nederland van Surinaamse afkomst. Ze vroeg of ik een foto van haar had. Toen ze zag dat Norma donkergekleurd was, zei ze: waarom trouw je niet met haar? Ik vertelde haar dat dat allemaal niet zo simpel lag en dat ik per slot van rekening als blanke in Zuid-Afrika niet eens met een niet-blanke vrouw zou kunnen samenleven of trouwen. Vervolgens pakte ze een pen en een stuk papier en schreef een kort briefje voor Norma ter aanmoediging om toch vooral met mij verder te gaan. Norma heeft dat briefje nog steeds, maar ik heb er een kopie van. Ik heb de exacte tekst hier niet bij me, maar het kwam erop neer dat zij van mening was ‘dat zo’n relatie tussen blank en zwart’ nu precies de inzet was van de strijd die zij samen met haar man Nelson en het ANC voerde. Ik was helemaal ‘verkocht’.

Ik heb Winnie Mandela in de vijf jaar dat ik correspondent in Zuid-Afrika was, vaak ontmoet en gesproken. Net zoals trouwens vele andere toenmalige buitenlandse correspondenten. Zij was lange tijd ‘onze gemeenschappelijke lieveling van de strijd’. Winnie wist dheel goed dat het uiteindelijke succes van de strijd tegen apartheid niet zozeer door de gebeurtenissen in Zuid-Afrika zelf werd beslist, maar door internationale druk. In die zin was ze berekenend genoeg, zoals vrijwel alle ‘haar sympathieke’ ambassades en diplomaten in Pretoria wisten. Daarom werd ze overladen met geldelijke steun, met auto’s en met privileges, tot grote woede van het bewind-Botha. Winnie was overigens niet bepaald verlegen om die financiële steun en gunsten min of meer te vragen aan de diplomaten, ja zelfs te eisen.

Ik ben zelf, begin 1989 de eerst geweest die als journalist de betrokkenheid van Winnie Mandela bij de dood van Stompie naar buiten heeft gebracht. Alsook haar waarschijnlijke betrokkenheid bij de dood van de in Soweto zeer populaire dokter Asvat in Soweto, die haar niet wilde dekken in haar pogingen verborgen te houden wat er met Stompie was gebeurd. Ik heb Winnie na 1989 nooit meer gesproken – nog een keer hebben we elkaar in de jaren daarna in het door het ANC-gedomineerde parlement begroet en naar elkaar gezwaaid – maar ik ben haar wel op afstand blijven volgen. Ik heb alles over haar gelezen, heb alle verhalen en boeken gelezen en de talrijke documentaires over haar gezien. En dat is allemaal niet erg positief. Ik noem Winnie – en wat er van haar geworden is – daarom een echte tragische heldin: iemand die van ons, als publiek, alle sympathie krijgt en met wie we intens en met liefde meevoelen, ook al kan ze niet ontsnappen aan het kwaad dat ze zelf over zich heeft afgeroepen.

In de vele beschouwingen die over haar en haar rol in de strijd tegen de apartheid zijn geschreven – en niet vergeten haar rol als mislukte parlementariër voor het ANC en mislukte vrouw van de eerste democratisch gekozen president van het land, Nelson Mandela – zal de affaire Stompie ongetwijfeld een plek krijgen en dat is goed. Net zoals alle andere weinig frisse aspecten van haar leven na 1989: fraude met diamanten en de belasting, verkeerde vrienden, de talrijke processen tegen Jan-en-alleman inclusief de Nelson Mandela Foundation en een aantal erfgenamen van haar ex-man. Tot ruzie over de grond waarin Mandela is begraven toe. Maar de symbolische waarde van Winie Mandela is groter dan al deze trieste zaken, hoewel Zuid-Afrika al lang worstelt met andere zaken dan de institutionele apartheid van de voormalige blanke ‘bazen’.

Voor het moderne (zwarte) Zuid-Afrika is zij nog steeds ‘de moeder van de (nieuwe) natie’. Maar veel meer dan symbolische waarde heeft dat niet. Wat ze allemaal heeft gedaan, moeten doen en heeft moeten laten, is allang niet meer relevant, zeker niet voor een derde van de huidige zwarte bevolking, die niet eens geboren was toen zij de heldin van de strijd tegen de apartheid was. En zo is het goed, dat weten ook haar toenmalige ‘vijanden’ Desmond Tutu en de huidige president Cyril Ramaphosa, die met alle respect en ook daadwerkelijke bewondering haar de laatste eer bewijzen.

Voor mij is met Winnie Mandela vooral een spraakmakende persoon overleden, die ik even heb gekend, waar ik een enorme bewondering voor heb gehad, maar die de druk van de roem en de omstandigheden niet heeft kunnen weerstaan. Ik realiseer me echter met haar dood tegelijk dat ik zelf oud begin te worden. Met Winnie zijn nu zo’n beetje alle charismatische personen overleden die zo nadrukkelijk een stempel hebben gedrukt op de voormalige anti-apartheidsgeschiedenis van Zuid-Afrika en die ik als correspondent  heb beschreven en met wie ik betrokkenheid heb meegeleefd: Nelson zelf, Oliver Tambo, Beijers Naudé, Helen Suzman, Albertina Sisulu en zoveel meer. En mijn laatste held, Desmond Tutu – de grootste van hen allemaal, als ik dat als journalist zo mag opschrijven -, is  zo ziek, dat het maar de vraag is of hij nog lang leeft. Maar dat is iets voor een nieuwe blog te zijner tijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: