Zuid-Afrikaans pedofilie-schandaal maakt apartheidsdictatuur nog ranziger, maar ANC zwijgt

John Wiley. U hebt de naam waarschijnlijk nog nooit gehoord. Ik begrijp dat. Zelf heb ik hem nooit persoonlijk ontmoet, maar in de jaren ‘80 van de vorige eeuw – toen ik voor Nederlandse media correspondent was in Zuid-Afrika – haalde hij regelmatig de kranten: als succesvol en rijk vastgoedhandelaar, als minister van Milieu – dat kon toen heel goed samen gaan -, als politieke intrigant, als ‘mooie man’ – hij werd de JR van Kaapstad genoemd (naar de J.R.(Ewing) van de populaire Amerikaanse tv-serie Dallas – en hij was ooit een bekend cricketspeler. Wiley was ook arrogant en het enige Engels-sprekende kabinetslid in de regering-Botha, die verder alleen bestond uit Afrikaanstalige ministers.

Wiley werd op de ochtend van 29 maart 1987 onder verdachte omstandigheden in zijn luxe huis in Noordhoek bij Kaapstad levenloos aangetroffen met een kogel door zijn hoofd. Waarschijnlijk zelfmoord, was de onmiddellijke boodschap van de politie aan de media. Wiley was op dat moment minister van Milieu (‘Environment’) in het kabinet van P.W. Botha. Zuid-Afrika verkeerde begin 1987 in de laatste fase van apartheid. De Nationale Partij van Botha – ‘de Grote Krokodil’ – voerde een doodstrijd tegen internationale sancties, er was sprake van een breed volksverzet in het hele land en de wereldwijde oproep voor de vrijlating van Nelson Mandela en gelijke rechten voor de zwarte meerderheid teisterde de economie. Als antwoord had Botha een jaar eerder de noodtoestand uitgeroepen, werd het leger ingezet om de opstanden, stakingen en rellen in de townships onder controle te houden en devalueerde de nationale munteenheid (de Rand) in forse stappen; een devaluatie die ook na het einde van de apartheid gewoon door is gegaan.

Het opvallende aan de dood van Wiley was, dat een maand daarvoor (op 25 februari 1987) een van zijn vrienden, de obscure zakenman Dave Allen, ook zelfmoord zou hebben gepleegd op het strand bij zijn woonplaats Port Elizabeth. Allen stond op dat moment terecht op een aanklacht wegens homoseksualiteit en pedofolie.

President Botha bemoeide zich actief met de afhandeling van dood van Wiley. Hij bracht zelfs drie uur na de ontdekking van het levenloze lichaam van zijn minister een bezoek aan diens woning ‘om de familie te condoleren’. Die woning was op dat moment al door politie en leger afgezet en wij, als journalisten werden op afstand gehouden. De officiële lezing is altijd ‘zelfmoord’ geweest. Berichten in de lokale media dat Wiley – aldus buren – kort voor zijn ‘zelfmoord’ nog was bezocht door twee agenten van de geheime politie, werden onmiddellijk als ‘laster’ gekwalificeerd en op basis van de noodtoestandswetgeving verboden.

Achteraf is het altijd opvallend gebleven, dat de Zuid-Afrikaanse media van deze zogenaamde zelfmoord nooit meer werk hebben gemaakt. De blanke politieke machthebbers, onder leiding van Botha, maakten zich er blijkbaar niet druk om (er stonden immers voor mei van dat jaar nieuwe verkiezingen voor het blanke parlement op de agenda), en er ware belangrijkere zaken in het land die meer aandacht vroegen. Ik zelf was echter als buitenlands correspondent – samen met een paar andere collega’s, zoals mijn vriend Brendan Boyle (toen werkzaam voor UPI) – wel degelijk zeer geïntrigeerd door de dood van Wiley. Ik weet eigenlijk niet eens waarom precies. Waarschijnlijk toch een gezonde vorm van journalistiek wantrouwen. Voor mij was het – in connectie met de dood van Wiley’s  vriend Allen – namelijk voor de hand liggend dat er mogelijk sprake was van een georkestreerde moord. Maar door wie? Niet door het toen nog verboden ANC in dit geval, maar misschien wel door politieke tegenstanders van Wiley, die blijkbaar iets meer van hem wisten dat hem lief was. Er waren ook geruchten dat Wiley – twee maal getrouwd en een zoon die na zijn dood ook in de politiek (nu DA) is gegaan – homoseksuele relaties zou hebben gehad. Net als Allen. Dat zou niet bepaald in goede aarde zijn gevallen bij de ‘echte man’ in de Zuid-Afrikaanse politiek, president P.W. Botha. Dus ik heb altijd gedacht dat zijn dood op de rekening van de binnenlandse veiligheidspolitie, de geheime dienst BOSS of bepaalde krachten binnen de reguliere politie kon worden geschreven.

Ik heb een mapje in mijn archief bewaard met de artikelen die ik in 1987 voor de GPD-bladen over deze zaak heb geschreven. Ik heb zelfs een eerste aanzet van een script over de dood van Wiley geschreven. Dat bevindt zich nog ergens op een floppie-disk, die ik echter niet meer kan ‘lezen’. Ik bevind me nu in Barcelona, dus mijn eigen knipsels kan ik ook niet raadplegen, maar gelukkig helpt vriend Brendan me vanuit Kaapstad. Want deze ‘story’ uit 1987 is plotseling ‘hot news’ geworden, tenminste in ‘blanke kringen’.

Het afgelopen weekeinde verscheen er in Zuid-Afrika namelijk een boek dat een licht op de dood van Wiley – en die van Allen – werpt, die mijn vermoedens van toen bevestigen. Dit boek The Lost Boys of Bird Island, beschuldigt Wiley, Dave Alan, de in 2011 overleden machtigste militair en Defensie-minister van het apartheidsbewind, Magnus Malan, alsook een nog in leven zijnde, niet nader genoemde ex-apartheidsminister van pedofilie en wrede seksueel getinte spelletjes met kleurlingenjongetjes. Het boek is geschreven door een voormalige politieagent uit Port Elizabeth, Mark Minnie en ex-journalist Chris Steyn. Minnie was als politieman aanvankelijk betrokken bij het onderzoek naar de dood van Allen (en later Wiley), maar mocht daarmee niet verder gaan, omdat de zaak van bovenaf in de doofpot werd gestopt. En Steyn moest bij de Cape Times vertrekken, omdat hij van zijn hoofdredacteur Anthony Heard niet meer over de zaak-Wiley mocht schrijven.

Ik heb het boek jammer genoeg nog niet gelezen, het is net uit en een e-versie is (nog) niet beschikbaar. Maar als dit allemaal klopt – en ik heb geen reden om aan te nemen dat het niet klopt, de details zijn nogal helder, begrijp ik – dan laat deze zaak opnieuw zien hoe verachtelijk en crimineel de naar buiten preutse, maar tegelijkertijd intimiderende, huichelachtige en onderdrukkende apartheidsmentaliteit van de Nationale Partij van Botha en zijn ministers is geweest.

De titel van het boek is een verwijzing naar het eilandje Bird Island voor de kust van Port Elizabeth (in een baai, bekend als Algoa Bay). Dat is een eiland waar talrijke vogels en zeehonden bivakkeren en dat levert veel mest op. Nu is het een beschermd natuurgebied. Het was al bekend in 1987 dat Allen, Wiley, Malan en de niet nader genoemde andere minister begin dat jaar nog een bezoek aan het eiland hadden gebracht (aangeduid als een ‘vistochtje’) en daar enige dagen op waren verbleven. Dave Allen had overigens het recht en de vergunning om de mest van vogels en zeedieren (‘guano’) op het eiland commercieel te verhandelen. Bij dat bezoek van het illustere ministeriële viertal was gebruik gemaakt van legerhelikopters, iets wat op de verantwoording van Malan als minister dan Defensie kan worden geschreven.

Volgens de schrijvers van het boek zijn tijdens deze trip – en blijkbaar ook bij andere gelegenheden – jonge teenagers van gekleurde afkomst meegenomen die vervolgens seksueel zijn misbruikt. In een geval is er zelfs een pistool in de anus van een van de jongens geplaatst, dat is afgegaan. De jongen is vervolgens met een legerhelikopter afgevoerd en naar een ziekenhuis (‘for whites only’) getransporteerd. De familie is later met een geldbedrag afgekocht.

De cruciale figuur in dit alles is overigens niet Wiley of Allen, maar generaal en de minister van Defensie toen, Magnus Malan. Dit was een keiharde bullebak, die zelfs P.W. Botha de les las en algemeen als de feitelijk machtigste man van apartheids Zuid-Afrika in de jaren ‘tachtig werd beschouwd. Ooit gevraagd door journalist Steyn of het klopte dat hij pedofiele relaties had onderhouden, had de generaal slechts geantwoord. ‘Ik weet niet wat pedofilie is. Wat is dat?’

Ik herinner me een ontmoeting in 1988 in Lusaka (de hoofdstad van Zambia, waar het in Zuid-Afrika verboden ANC zijn hoofdkantoor had) met de later president van Zuid-Afrika, Thabo Mbeki. Die was toen secretaris-generaal van het ANC en verantwoordelijk voor met name buitenlandse betrekkingen. Ik vroeg Mbeki in de bar hoe zijn ideale multiraciale regering eruit zou zien, als Zuid-Afrika ooit een zwarte meerderheidsregering zou krijgen. De eerste naam die hij noemde was die van Magnus Malan, als minister van Defensie. Want Malan werd door het ANC en door de regeringen en legers van de buurlanden als daadkrachtige apartheidsminister zeer gevreesd.

Malan ‘overleefde’ overigens de ommezwaai van de Nationale Partij in 1989 niet, toen P.W. Botha moest aftreden wegens een ‘stroke’ en tot veler verrassing Frederik Willem De Klerk als zijn opvolger kwam bovendrijven. De Klerk was de man die uiteindelijk Mandela vrijliet, het ANC legaliseerde en ervoor zorgde dat in 1994 Nelson Mandela tot de eerste zwarte meerderheidspresident kon worden gekozen. In 1991 werd Malan door president De Klerk als minister van Defensie ontslagen en naar een mindere post overgeheveld. In 1995 – toen Mandela president was – moest hij terecht staan wegens betrokkenheid bij een moordaanslag in 1987 tegen de ANC-activist Victor Ntuli. Na een proces van zeven maanden werd hij echter samen met de andere aangeklaagden vrijgesproken. Malan overleed in 2011.

Een aantal kwesties liggen nu opnieuw open. Als het allemaal klopt wat in het boek The lost Boys of Bird Island staat, is er in ieder geval nog één persoon in leven, die hierover kan getuigen en zo nodig alsnog terecht kan staan. Dat is de ex-minister van wie de naam om juridische redenen niet in het boek is opgenomen. Van hem wordt wel gezegd dat hij een van de kandidaten was om P.W. Botha in 1989 op te volgen als president. Het is niet zo moeilijk om die naam te achterhalen. Er zijn maar een paar blanke apartheidministers van toen die nu nog leven. Een daarvan was Barend du Plessis, minister van Financiën in het tweede kabinet-Botha en een van de drie kandidaten – naast De Klerk en Pik Botha (toen minister van Buitenlandse Zaken) – om P.W. Botha op te volgen. De naam van Du Plessis wordt in ieder geval nu door journalisten in Kaapstad nadrukkelijk in verband met dit schandaal genoemd, dus die heeft wat uit te leggen, lijkt me. In de woorden van min vriend Brendan, deze week vanuit Kaapstad: ‘I am glad this is coming out. We all knew some of the story, so it is no surprise. We knew one boy was terribly ill in hospital and that his family was paid off, but I never heard this particular detail of how he was injured. With the #metoo movement as background, this makes me ashamed that we, the media, and those of us who knew or thought we knew some of the story were not able to crack it and, really, didn’t try that hard. We continued to engage with Malan when necessary. It makes me realise anew how complicit we were in some of the worst of apartheid’s deeds. Now, I think, the drive should be to identify the third man, the survivor, and get him charged’. 

Wat Brendan schrijft, krijgt nog meer betekenis als zeker wordt, dat Allen en Wiley inderdaad zijn vermoord en dus geen zelfmoord hebben gepleegd. En wie zat er dan achter die moorden? P.W. Botha, Magnus Malan soms, of nog andere krachten.

Verder valt me op, dat er relatief weinig aandacht aan deze in mijn ogen opzienbarende en beschamende zaak wordt besteed. Natuurlijk in bepaalde journalistieke kringen in Zuid-Afrika en zeker ook bij de ‘echte’ volgers van het nieuws in het land. Maar de buitenlandse media – dus ook de Nederlandse – hebben, voor zover ik heb kunnen achterhalen, er geen woord aan besteed.  Ook heeft het schandaal tot nu toe in Zuid-Afrika nauwelijks een reactie opgeleverd van de kant van de ANC-regering. Die beschouwt het ongetwijfeld als een van de vele oude koeien uit de afschuwelijke apartheidstijd. Tja, het is maar hoe je tegen je verleden aankijkt! Maar stof voor een thriller en een film zit er beslist in, lijkt me zo. Welke regisseur gaat hiermee aan de haal? Tegen zo’n verhaal kan de fantasie van geen vermaarde internationale thrillerschrijver op. De werkelijkheid achterhaalt altijd de fantasie, hoe onwerkelijk die soms ook mag lijken. Net als bij House of Cards.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: