‘Onderzoeksjournalistiek’ is een twijfelachtig pleonasme

IMG_0021

De begrippen ‘onderzoeksjournalistiek’ en ‘onderzoeksjournalist’ worden door bepaalde media graag met de nodige nadruk opgehemeld. Vooral de wat ‘serieuzere’ of – voor mijn part – ‘linksere’ media slaan zich maar al te graag op de borst als ze weer een artikel of nieuwsprogramma kunnen brengen, dat door ‘onderzoeksjournalisten’ is gefabriceerd. Een journalistiek product ‘onderzoeksjournalistiek’ noemen, geeft het blijkbaar de kwalificatie van ‘meer dan uitstekend’ en ‘onbetwistbaar’. De NOS doet daar aan mee, De Volkskrant en NRC ook. Er zijn websites en platforms actief, zoals Follow the Money en Investico, die zich specialiseren in wat ze ‘onderzoeksjournalistiek’ noemen. Je kunt er cursussen bij de beroepsorganisatie NVJ in volgen, als journalist en subsidies voor krijgen. En ook speciale prijzen mee winnen. ‘Onderzoeksjournalistiek’ wordt dus gezien als het ‘neusje van de zalm’, om een culinair cliché maar eens te gebruiken.

Maar ik voel me ongemakkelijk als ik die twee woorden tegenkom. Het is simpelweg een pleonasme. Een journalist moet volgens mij altijd goed onderzoeken, zaken dubbel controleren en hoor- en wederhoor toepassen voordat hij tot publicatie overgaat. Daar heb je de toevoeging ‘onderzoek’ niet bij nodig. Iedere goede journalistiek is ‘onderzoeksjournalistiek’. Ik begrijp het onderscheid, die hoofdredacties maken als ze zich weer eens op de borst kloppen dat zij tijd en geld hebben vrijgemaakt voor ‘onderzoeksjournalistiek’, maar dat alleen maar met het populaire ‘marketen’ van het medium te maken heeft. Bepaalde kwesties en zaken die journalistiek nader moeten worden uitgezocht, vragen nu eenmaal tijd en geld. Dat is een noodzakelijke en bewuste keuze. Ik kom echter regelmatig artikelen en tv-programma’s tegen die als ‘onderzoeksjournalistiek’ worden betiteld, maar waarvan ik me afvraag waarom hier zoveel tijd en geld in is gestopt. En maakt de toevoeging ‘onderzoek’ in een klap het journalistieke product beter en boven alle twijfel verheven? Ik geloof er niets van.

Zeker, er zijn beslist media en journalisten die baanbrekend werk hebben geleverd met hun ‘onderzoeksjournalistiek’.  Het boek El Rey van Hans Goossen en Theo Sniekers over de handel en wandel van Jos van Rey en diens vastgoedbuddy Piet van Pol is zo’n mooi voorbeeld. Wat zij naar boven hebben gebracht – wat ook heeft geleid tot een veroordeling van Van Rey en Van Pol – zouden zij niet hebben kunnen vergaren als ze zich iedere werkdag ook nog met andere regionale berichten en feiten hadden moeten bezig houden. Een terecht veel geprezen boek als De Prooi van Jeroen Smit is ook niet in een dag of week tot stand gekomen. En zelfs de artikelen van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel over de Bouwfonds-fraudezaak kun je kwalitatief prijzen, hoewel er op hun dagelijkse berichtgeving in het FD in de tijd die dat deze kwestie speelde, het nodige journalistiek viel af te dingen.

Toch verklaart dit soort uitstekende journalistieke arbeid niet waarom bepaalde media ‘onderzoeksjournalistiek’ zo ophemelen, en daarmee indirect alle andere journalistiek minder relevant verklaren. De Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok deed daar afgelopen zaterdag in zijn rubriek Ter Redactie, onder de kop ‘Onderzoeksjournalistiek bloeit’ aan mee. Dat vanwege een publicatie in die krant die op de voorpagina werd aangekondigd met ‘De aartsvader van de klimaatscepsis in Nederland werd gefinancierd door multinationals’.

IMG_0021

Maar liefst zeven (7) pagina’s van de zaterdageditie van De Volkskrant waren vrijgemaakt voor dit artikel, dat als kop ‘De grote twijfelzaaier’ had gekregen. En eigenlijk ging het hier om 8 pagina’s, als ik de voorpagina van de krant meetel. Ik heb het artikel een aantal keren gelezen en me vertwijfeld afgevraagd waarom dit alles zo nodig moest worden afgedrukt. En vervolgens werd de inhoud ook nog eens overgenomen door vrijwel alle kranten en andere media de dagen erna. Zonder dat die zich afvroegen of het eigenlijk wel allemaal zo vermeldenswaardig was wat De Volkskrant had gebracht. Dit is het zoveelste bewijs van  journalistieke gemakzucht of misschien wel journalistieke armoede.

Wie het niet heeft gelezen, een korte samenvatting. Een zekere Frits Böttcher – een blijkbaar vermaarde chemicus en hoogleraar; ik had echter nog nooit van hem gehoord en ik denk vele lezers van de Volkskrant evenmin – heeft zich in de jaren’ negentig van de vorige eeuw. – dus minimaal 20 jaar geleden – ingezet om twijfel te zaaien over het broeikaseffect. Hij heeft dat gedaan met financiële ondersteuning van het bedrijfsleven, vooral multinationals. De goede man was – toen hij daarmee begon in 1993 – overigens al 78 jaar en gepensioneerd als hoogleraar. Maar hij had enig prestige en reputatie, als een van de oprichters van de Club van Rome. In totaal – zo hebben de ‘onderzoeksjournalisten’ in het eigen archief van Böttcher achterhaald – heeft hij een miljoen gulden bijeengebracht, zonder dat al dat gelobby veel heeft uitgehaald. Al voor het einde van het millennium is de laatste geldschieter (DSM) afgehaakt, met de mededeling ‘vanwege onze indruk dat in de praktijk het effect van uw lobby uitgewerkt raakt.’

De schrijvers van het artikel bagatelliseren het belang van de goede man vervolgens nog eens in de laatste alinea en maken hem eigenlijk belachelijk: ‘En Frits Böttcher zelf? Tot zijn overlijden in 2008 blijft de chemicus lobbyen, netwerken en zijn contacten in het bedrijfsleven van milieuadviezen voorzien. Wat is een mens immers zonder missie, moet hij hebben gedacht. Zijn eigen leefregel, volgens zijn in 1993 gepubliceerde memoires: ‘Man muss dann und wann etwas Tolles unternehmen um wieder einige Zeit leben zu können’, een leus van de Duitse wetenschapper en filosoof Goethe. ‘Je moet af en toe iets geweldigs doen om weer een tijdje te kunnen leven.’’

De Volkskrant publiceert dus als ‘onderzoeksjournalistiek’ een artikel over een hoogbejaarde hoogleraar die in de jaren ‘negentig wel degelijk enig prestige had – en daarom de financiële steun kreeg van een aantal Nederlandse marktpartijen – om vraagtekens te zetten bij maatregelen door overheden tegen energiebelasting en daarmee in verband staande milieu-initiatieven. Dat deed hij omdat hij er toen van overtuigd was dat het zo’n vaart niet liep met de CO2-uitstoot. Dat was dus op een moment – nog voor het Kyoto-akkoord van 1997 – toen er aanzienlijk minder kennis globaal beschikbaar was wat er allemaal met het milieu aan de hand was.

So what?, denk ik dan. Maar wat heb ik daar nu, anno 2020 aan? Gelukkig zijn nu ruim twintig jaar verder en weten we veel beter wat er aan de hand is met de wereld en het milieu, hoewel er nog steeds heel wat mensen in machtige posities – Trump, Baudet –  de aanzienlijke klimaatveranderingen ontkennen of bagatelliseren. Dat er sindsdien wel degelijk wat veranderd is, blijkt juist uit de reacties van de door de journalisten ook geraadpleegde marktpartijen die in de jaren ‘negentig Böttcher financieel hielpen. Die zeggen nu en masse duurzaamheid en het verbeteren van het klimaat te ondersteunen.

Wat Böttcher deed – op basis van zijn kennis en netwerk – was in feite niet meer dan een standpunt innemen in een nog ontluikende discussie. Dat nu blijkt dat dat standpunt misschien niet (helemaal) juist is geweest, maakt het allemaal mosterd na de maaltijd en weinig interessant voor de huidige lezer. Te meer, omdat uit niets blijkt dat de man het geld dat hem door de marktpartijen werd toegestopt, voor persoonlijk gewin heeft gebruikt. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat het hele artikel vooropgezet moet illustreren dat bedrijven als Shell, DSM, NAM, Bayer, ANWB en nog zo wat, gewoon niet deugen en alleen maar oog hebben voor hun eigen zakelijk belang. Niet alleen ruim 20 jaar geleden, ook nu nog. Dat mag iedereen voor zichzelf vinden, maar mag nooit als journalistieke ‘waarheid’ worden voorgeschoteld.

Een onderscheidend journalistiek onderzoek moet ervoor zorgen dat er koppen vallen en dat de aangekaarte zaak tot wezenlijke veranderingen leidt. Onderzoek van Follow the Money naar de handel en wandel van VVD-voorzitter Henry Keizer is daarom een goed voorbeeld van hoe het zou moeten gaan. Maar een onderzoek van hetzelfde Follow the Money in 2014 – ook met veel tamtam geplaatst in De Volkskrant – over ‘bodemloze vastgoedputten van de Rabo Vastgoedgroep’ klopte in geen enkel opzicht, en dat was geschreven dankzij een zware subsidie van de kant van het fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Zie hiervoor mijn blog uit 2014 https://visieopvastgoed.wordpress.com/2014/11/10/volkskrant-artikel-over-bodemloze-putten-bij-rabo-vastgoedgroep-klopt-van-geen-kanten/.

Ik heb daarna nooit een excuus gelezen van de kant van De Volkskrant en Follow the Money over de fouten in het artikel. Toch staat het nog steeds op internet, als een waarheid. Integendeel, Follow the Money – dat tot dan toe mijn blogs gratis en voor niets mocht gebruiken – beëindigde de samenwerking met mij, want gefundeerde kritiek werd door oprichter Eric Smit niet op prijs gesteld. Dat verbaasde me overigens niet eens.

De Volkskrant zal ook zeker niet het boetekleed aantrekken vanwege de ongenuanceerde aandacht die de krant heeft gegeven voor het geschrijf van zijn ‘onderzoeksjournalisten’ over Frits Böttcher. Wel plaatste de krant afgelopen dinsdag op haar pagina Opinie & Debat een bijdrage van de zoon van Böttcher, die beargumenteerd en helder uiteenzette dat zijn vader helemaal geen klimaatscepticus was. Daarmee is blijkbaar voor De Volkskrant aan de journalistieke codes voldaan: eerst iemand zwart maken – die al lang is overleden en zich zelf niet kan verdedigen – en vervolgens een paar dagen later een zoon het tegendeel laten opschrijven. Had het in een goed journalistiek product niet gepast ook de familie en directe collega’s van Böttcher er meer bij te betrekken? Was dan misschien niet al in een eerder stadium duidelijk geworden dat de hele zaak toch anders in elkaar steekt dan nu met veel poeha in de zaterdageditie werd afgedrukt?

Journalistiek – onafhankelijk, doortimmerd en relevant –, daar zeg ik volmondig en enthousiast ja tegen. Maar van een serieuze krant als De Volkskrant verwacht ik dan heel wat meer dan zo’n artikel als De Grote twijfelzaaier. De inhoud zou misschien – mits wat minder bevooroordeeld –  niet hebben misstaan in een boek over de milieudiscussie in de jaren ‘negentig en hoe die veranderd is, ook voor het bedrijfsleven. Maar de relevantie voor de krantenlezer die vooral geïnteresseerd is in het hier en nu, is er in het geheel niet in terug te vinden. Daar doet het etiket ‘onderzoeksjournalistiek’ helemaal niets aan af.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: