FD zet in berichtgeving over Bouwinvest integere journalistiek buiten spel

Afgelopen vrijdag kopte het Financieele Dagblad met ‘Bouwinvest stapelde fout op fout bij start buitenlands avontuur’. Ik heb veel over Bouwinvest Real Estate Investors geschreven en in december vorig jaar interviewde ik nog CEO Dick van Hal voor Vastgoedmarkt naar aanleiding van de crisis die was ontstaan na het vrijwillig opstappen van zijn Raad van Commissarissen. In dat interview met Van Hal met als kop ‘Bouwinvest is sterker uit de bestuurscrisis gekomen’ ging het onder meer over de strategie en kernwaarden voor de komende jaren (‘Duidelijkheid en transparantie, het overtreffen van de verwachtingen en het geven van vertrouwen aan de markt en onze klanten’) en het verbeteren van het risk management (‘Wij investeren niet op hoog risico en dat beperkt het aantal landen waarin we actief willen zijn’, Onze klantbediening kan beter. Daarom zijn we op zoek naar een directeur Client Management’).

Vanwege mijn interesse voor Bouwinvest als succesvolle institutionele vastgoedinvesteerder van pensioengelden las ik het artikel in het FD van afgelopen vrijdag met meer dan normale belangstelling. De ‘ankeilers’ bij het artikel gaven namelijk aan dat er het nodige niet zou kloppen bij de vastgoedbelegger: ‘Bij de start van een buitenlands kantorennetwerk ging van alles mis’, ‘Het bedrijf kende onder meer de regels onvoldoende en deed geen risicoanalyse vooraf’ en ‘Bouwinvest heeft ingegrepen en beterschap beloofd’.

De basis van dit FD-artikel is een onderzoeksrapport dat KPMG – overigens in opdracht van Bouwinvest en voor intern gebruik bestemd – heeft geschreven, ‘over de effectiviteit van het risicomanagement bij de buitenlandse activiteiten van Bouwinvest’. De FD-journalisten voegden er nog aan toe dat zij het rapport ‘in handen’ hebben. Smullen dus, denk je dan als lezer, hier wordt een ernstig schandaal aan de kaak gesteld. Navraag maakte al snel duidelijk dat het hier om een rapport gaat dat niet is afgerond en waarover de betrokkenen nog vragen hebben. Welke versie van het rapport het FD zegt te hebben, staat niet vast. Het is dus ook geen definitief rapport, slechts gemaakt om de directie, de nieuwe Raad van Commissarissen en de aandeelhouders bij te staan het al veel eerder ingezette proces om het risk management binnen het bedrijf te versterken. Zoals uit de jaarverslagen blijkt, is Bouwinvest al veel langer bezig met het opzetten van een framework voor risk management. Dat daarbij wel eens wat mis kan gaan, lijkt me vooral een bedrijfsrisico. Governance en risk management zijn niet bepaald makkelijke terreinen, vooral niet vanwege de steeds veranderde regels en daaraan gekoppelde meningen.

De volgende dag publiceerde het FD een veel langer artikel over Bouwinvest, waarvoor de journalisten met Van Hal hadden gesproken, met als kop ‘Hoe Bouwinvest zijn eigen commissarissen buitenspel zette’. Een soort terugblik op wat er ruim anderhalf jaar geleden, in december 2018 was gebeurd bij de zelfstandige vastgoedbeleggingstak van het pensioenfonds voor de bouw, bpfBouw. Al snel was het me duidelijk dat ze mijn artikel met Van Hal van afgelopen december niet hadden gelezen en dat ze lijken te zijn gevoed door in ieder geval een van de opgestapte commissarissen die blijkbaar ook over het conceptrapport van KPMG beschikte. Dat wordt weliswaar in het artikel ontkend, maar die ontkenning neem ik voor een korreltje zout. Zo gaat het immers in ‘de journalistiek’ om een bron te beschermen. 

Op zich is er met de weergave van wat er toen in december 2018 is gebeurd tussen de directie van Bouwinvest, eigenaar bpfBouw en de commissarissen van toen niet zo veel mis, maar met het artikel van een dag eerder wordt helder dat die oude commissarissen nog altijd hun nederlaag niet hebben kunnen verkroppen. Ze waren het namelijk al langer niet eens met de strategie van Van Hal c.s. en bpfBouw ‘over de ingezette strategie’ – met het beleggen in vastgoed in andere delen van de wereld –  alsook de door Bouwinvest-directie gewenste ‘inrichting van de organisatie’.

Nu komt het inderdaad zelden voor dat commissarissen opstappen. Meestal verdwijnt de CEO van een onderneming in een conflict met de commissarissen, maar het bijzondere aan deze crisis was nu net, dat Van Hal en de directie in hun strategie werden gesteund door de eigenaar van de onderneming, bpfBouw. Van Hal legt dat trouwens heel goed uit in het interview met mij in Vastgoedmarkt. Het afgelopen jaar is Bouwinvest dan ook op zoek gegaan naar nieuwe commissarissen en die zijn inmiddels gevonden. En die ondersteunen begrijpelijkerwijs wel de strategie die al eerder was ingezet. Maar blijkbaar zit er nog steeds oud zeer bij in ieder geval een van de ex-commissarissen over deze gang van zaken en moest er dus wat geroerd worden in de in zijn ogen beschamende gang van zaken bij Bouwinvest en zijn nieuwe, buitenlandse ‘kantorennet’, met de stok van een intern onderzoeksrapport van KPMG in de hand, dat nog niet eens was afgerond. En de journalisten van het FD hebben maar al te graag meegeroerd in de pot en er een gerecht van schandaal en stemmingmakerij van gemaakt.

Navraag bij Bouwinvest leverde vrijdag op dat het bedrijf ook geen inzage heeft gehad in het artikel dat die dag in het FD was gepubliceerd. De citaten die Van Hal in de mond worden gelegd, zijn weer gehaald uit het artikel van een dag later dat inderdaad aan Bouwinvest voor publicatie is toegezonden. Sterker nog, bij Bouwinvest was niemand op de hoogte van het artikel van vrijdag, dat duidelijk tendentieus is en de lezer op een verkeerd spoor zet. Immers, wie de tekst leest zonder ook maar enige kennis te hebben van wat Bouwinvest doet en heeft gedaan, kan makkelijk het idee krijgen dat er in het buitenlandse avontuur heel wat mis is gegaan, dat er heel wat pensioengeld is verpatst en dat het eigenlijk een puinhoop is bij de investeerder. Ik citeer het Fd: ‘Bouwinvest heeft flinke steken laten vallen bij de opening van een kantoor in Sydney in 2019, dat het startschot moest zijn van een ambitieus kantorennetwerk op meerdere continenten. De belegger van onder meer de pensioenen van Nederlandse werknemers in de bouw liet na vooraf een risicoanalyse te doen, kende de lokale wet- en regelgeving onvoldoende en hield zich niet aan zijn eigen voorschriften om partners uitvoerig door te lichten’.

Het ‘kantorennetwerk’ waar het FD over heeft bestaat precies uit twee medewerkers in Sidney (die er nu anderhalf jaar zitten en werken vanuit een flexkantoor). Het tweede beoogde representatieve kantoor komt in New York en krijgt ook twee medewerkers die echter vanwege de coronacrisis nog niet zijn begonnen. Over het waarom van deze twee kantoren van Bouwinvest in het buitenland, heeft de investeerder – onder meer via de jaarverslagen en via een interview met mij in Vastgoedmarkt – al meer dan een jaar geleden uitvoerig bericht en toegelicht. De twee representatieve kantoren in Sidney en New York zijn de ogen en oren van het hoofdkantoor in Amsterdam. Daar worden de uiteindelijke investeringsbesluiten genomen, en dus niet in Sidney en New York. Van Hal in Vastgoedmarkt: ‘We investeren niet op hoog risico en dat beperkt het aantal landen waarin wij actief willen zijn. Wij beleggen nu in tien landen en kernregio’s, te weten Nederland, Noord-Amerika, Scandinavië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Australië/Nieuw Zeeland, Japan, Singapore/Hong Kong en China. Dat zijn transparante vastgoedmarkten met een behoorlijke liquiditeit en de markt.’

Voor wie het allemaal niet weet: de portefeuille van Bouwinvest lag eind 2019 op 12,9 miljard euro – waarvan 9,3 miljard in Nederland en 3,6 miljard daarbuiten, met een totaal rendedement van 11 procent ( 11,7 voor de Nederlandse portefeuille en 9,1 voor de buitenlandse). Heel aardig, lijkt me. Overigens, die buitenlandse portefeuille bestaat al zo’n tien jaar. In totaal waren er eind 2019 25 institutionele beleggers in de Nederlandse fondsen van Bouwinvest actief met een totaal geïnvesteerd vermogen van 2 miljard euro. Vooralsnog staat de buitenlandse portefeuille niet open voor andere investeerders, maar daar wil Bouwinvest wel naar toe. De belangrijkste investeerder in het totale beleggingspakket blijft overigens nog steeds bpfBouw dat zeer tevreden is over de behaalde rendementen.

De conclusie van het FD, getrokken uit het voor intern gebruik uitgevoerde onderzoeksrapport van KPMG, dat ‘de effectiviteit van het risicomanagement bij de buitenlandse activiteiten van Bouwinvest op onderdelen onder de maat is geweest, waardoor Bouwinvest risico liep op integriteitsschendingen en reputatieschade’, is op zijn minst suggestief. Nergens wordt ook aangegeven of dit alles – zo het al klopt – tot aanzienlijk verlies heeft geleid bij de investeringsactiviteiten van Bouwinvest in het buitenland. Dat is ook niet het geval, zo is mij door ingewijden verzekerd.

Kortom, vraag ik me af waar dit artikel nu eigenlijk over gaat? Risk management is beslist een belangrijke zaak, waarvoor – om dat goed te doen – heel wat werk moet worden verzet, ook door de steeds veranderende regelgeving en de continu veranderende marktomstandigheden. Denk maar aan globale ontwikkelingen als gevolg van corona. Het FD merkt in het artikel weliswaar aan het einde op dat ‘het bedrijf geen signalen heeft dat de tekortkomingen hebben geleid tot missers bij beleggingen’, maar komt wel met een aantal verdachtmakingen en stemminmakerij. Wat is dan de reden geweest om het artikel op vrijdag te publiceren? Blijkbaar als een warmmakertje voor het artikel van een dag later met als kop ‘Hoe Bouwinvest zijn eigen commissarissen buitenspel zette?’ Maar juist die kopt klopt niet: de commissarissen hebben in dit geval zich zelf buiten spel gezet door op te stappen en kunnen dat blijkbaar anderhalf jaar later nog steeds niet verkroppen. Er zijn inmiddels ook nieuwe commissarissen en die steunen de directie van Bouwinvest. Sinds vorig jaar heeft Bouwinvest ook een nieuwe CFO die risk management nadrukkelijk in de portefeuille heeft.  Waarom is er niet met hen gesproken? 

Journalistiek is geen sinecure, maar dwingende noodzaak. Alleen met een kritische benadering kan worden voorkomen dat mistoestanden en fouten blijven dooretteren. Servaas van der Laan, mijn opvolger bij Vastgoedmarkt als hoofdredacteur, schrijft over het dilemma van de serieuze journalistiek vandaag in de Nieuwsbrief en op de website van Vastgoedmarkt een lezenswaardig commentaar: ‘Praten journalisten Nederland een recessie in?’. Met als insteek: moet je als medium in deze tijden van tegenspoed en coronacrisis al dat negatieve nieuws wel zo opzichtig brengen en niet juist kiezen voor de lichtjes aan het einde van de tunnel. Servaas en ik denken hetzelfde: voor beide is te kiezen, maar nog beter voor allebei. Servaas schrijft: ‘Wij zullen als redactie onze ogen niet sluiten voor het positieve verhaal. Dus, houd moed, en maak er ondanks alles een mooie zomer van!’

Het kritisch volgen van institutionele beleggers zoals pensioenfondsen – in goed en in kwaad – is zeer belangrijk omdat het uiteindelijk gaat om het pensioengeld van burgers. In feite een belangrijk sociaal gegeven. Ik weet dat objectiviteit niet bestaat en dat er talrijke meningen kunnen worden losgelaten op zaken als risk management, strategie, globale ontwikkelingen, integriteit, compliance, governance en ga zo maar door. De wirwar aan meningen over corona, de lockdown en de – volgens sommigen – ‘waanzin’ daarvan laten dat dagelijks zien. Maar kritische journalisten moeten zich niet voor een karretje laten spannen en dat heeft het FD – niet voor het eerst – in dit geval gedaan. Op deze manier prominent over een bedrijf als Bouwinvest schijven dient geen enkel doel en legt ook niets bloot wat al bekend was. Als lezer en collega-journalist kun je natuurlijk de schouders ophalen en denken: morgen wordt er weer vis in verpakt. Dat doe ik niet, daarvoor is goede journalistiek me te belangrijk ook al weet ik dat het relatief is. Bouwinvest zal na de publicatie van afgelopen vrijdag in het FD zeker niet omvallen en Dick van Hal zal niet gedwongen worden op te stappen. Er zal beslist nog het nodige moeten en gaan veranderen bij deze multiclient vastgoedonderneming, maar dat geldt voor alles en iedereen. Vernieuwing maakt een bedrijf dynamisch. 

Een rol voor de journalistiek daarbij is beslist gewenst. Maar als ik de twee artikelen in het FD van vorige week over Bouwinvest herlees, valt me op dat de schrijvers eigenlijk niet weten wat ze aan het doen waren en wat ze ermee dachten te bereiken. Een schandaal aan het licht brengen dat geen schandaal is? Een stukje geschiedenis rond commissarissen beschrijven dat echter vastloopt omdat het achterhaald is? Ik vrees dat het veel banaler is: gewoon iets geforceerd opschrijven omdat het anders niet opvalt! Er zijn kranten, bladen en radio- en tv-zenders die daarvan hun brood en levenswerk hebben gemaakt. Ik ben misschien een ouderwetse journalist, maar hou me van dat soort praktijken het liefst ver verwijderd. Ook al weet ik dat je op die manier president van de Verenigde Staten, Rusland of Brazilië kunt worden en soms heel erg lang kunt blijven zitten.

P.S. Bouwinvest heeft vandaag aan mij laten weten dat er spoedig op de website een tekst zal worden geplaatst, bestemd voor de investeerders in de fondsen van Bouwinvest, waarin op de berichtgeving in het FD wordt ingegaan. Ik weet niet of deze reactie ook bestemd is voor de media en dus het grote publiek. 

Comments
2 Responses to “FD zet in berichtgeving over Bouwinvest integere journalistiek buiten spel”
  1. Jan Berghs schreef:

    Sterk artikel Ruud, je kan rustig naar Frankrijk 😊

  2. Johan van den Bruele schreef:

    Heel goed Ruud, rioolpers is er al genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: