Tendentieuze onzin over ‘groene apartheid’ van journalist Bram Vermeulen

De afgelopen dagen kreeg ik mailtjes en whatsapp-berichten van bekenden in Nederland over een artikel van Bram Vermeulen in de NRC, getiteld ‘Groene apartheid in de ‘safarihoofdstad’ van Zuid-Afrika’. Dit paginagrote artikel schreef de voormalige correspondent van de NRC en de NOS op basis van een door hem gemaakte reportage voor het VPRO-programma Frontlinie, getiteld ‘Groene apartheid’. Deze aflevering werd afgelopen donderdag uitgezonden. Vermeulen mocht ook, heb ik begrepen, in het praatprogramma M zijn groengekleurde kijk op de Zuid-Afrikaanse toerisme-industrie toelichten. 

Zijn reportage gaat over het plaatsje Hoedspruit, op 60 kilometer van het Krugerpark en onder meer over de ontwikkeling van het vakantiepark Zandspruit door een Nederlander, Gerrit Jan van der Grijn. Zo’n beetje alle clichés over Zuid-Afrika en de toeristenindustrie daar komen aan bod: jacht op wilde dieren, landclaims, arm versus rijk, blank versus zwart, populistisch en tendentieus aan elkaar gekoppeld. Met als boodschap: in Hoedspruit worden arme zwarte mensen nog steeds, bijna dertig jaar na het einde van de ‘echte’ apartheid, op een schandalige manier door blanken behandeld. Die kwalijke behandeling blijkt ook op het conto te kunnen worden geschreven van de verre nazaten van Jan van Riebeeck die 370 jaar geleden de Kaap ontdekte voor het VOC. Want nog steeds worden, aldus Vermeulen, die ‘arme zwartjes’ door Nederlanders weggehouden van de grond van hun voorouders. Immers, kapitaalkrachtige Nederlandse landgenoten houden er een luxe safarihuis op na. ‘Groene apartheid’ dus.

Wij hebben al 15 jaar een vakantiewoning aan het Krugerpark, overigens zo’n 200 kilometer ten zuiden van Hoedspruit. Ik ben blijkbaar ook zo’n kwalijke nazaat van Van Riebeeck. Ik ken overigens Hoedspruit goed, beter dan Vermeulen die er blijkbaar twee dagen met een camera heeft rondgelopen. Al in 1985 maakte ik vanuit Hoedspruit mijn eerste reportage over de toestroom van Mozambikaanse vluchtelingen die zich daar vestigden na een gevaarlijke tocht door het Krugerpark. Sindsdien kom ik er jaarlijks wel een paar keer en heb de ontwikkelingen – met name op het gebied van het toerisme, de safari-industrie en landclaims, nauwgezet gevolgd. 

De reportage van Vermeulen in de NRC begint al met onzin: ‘Tot eind jaren negentig was Hoedspruit een boerengat. ’N Dorpie’, zoals de Zuid-Afrikanen het noemden. Een benzinestation aan de hoofdweg, omringd door veeboerderijen en een luchtmachtbasis, in 1978 gebouwd als laatste buitenpost van het apartheidsregime aan de rand van het Krugerpark en de grens met Mozambique.’ Daar klopt weinig van. Hoedspruit was 25 jaar geleden al een populair stadje om op safari te gaan, met name vanwege de nabijheid van het Krugerpark, de talrijke private en commerciële wildparken en de nabijheid van de Drakensbergen met een van de grootste canyons in de wereld, de Blyde River Canyon. Er waren toen ik er voor het eerst kwam, veeboeren actief, maar nog meer fruitboeren, die bananen, citrusproducten en macadamia-noten verbouwen. En dat doen ze nog steeds.

De ontwikkeling die Hoedspruit sinds 1994 heeft doorgemaakt – het jaar dat Nelson Mandela na de eerste vrije democratische verkiezingen in Zuid- Afrika aan de macht kwam  – is niet anders dan die in vrijwel alle grote en kleine steden en dorpen in Zuid-Afrika. De kernen zijn ‘verzwart’ en de oorspronkelijke veelal blanke inwoners zijn meer naar buiten getrokken, naar resorts, estates en nieuwe, zwaar beschermde stadswijken.

Wat er ook overal in Zuid-Afrika sindsdien is gebeurd – en dus ook in Hoedspruit – is dat het aantal inwoners sterk is toegenomen. Steden trekken overal in de wereld mensen van ‘het platteland’ aan, op zoek naar werk. Dat er nu dus meer mensen – en vooral zwarten – in en rond Hoedspruit wonen, heeft alles te maken met die trek op zoek naar werk, vaak ook  Mozambikanen en inwoners van Zimbabwe, die hun landen zijn ontvlucht voor een beter bestaan.

Als je een reportage maakt of een artikel schrijft, moet je goed voor ogen hebben wat je wil bereiken bij je lezer of kijker. Bij de vooringenomen Vermeulen is dat duidelijk: apartheid bestaat nog steeds in Zuid-Afrika, maar heeft een ‘groene kleur’ gekregen. Kapitaalkrachtige blanken uit Nederland en Vlaanderen kiezen voor een tweede huis of een vakantiewoning in Hoedspruit om daar exclusief, beschermd door hoge hekken van de natuur en de wilde dieren te genieten, waarbij er alles wordt gedaan om te voorkomen dat ze te maken krijgen met de zwarte inwoners. Behalve natuurlijk als die een baantje hebben als schoonmaker, beveiliger of metselaar. Dat deugt niet, in de ogen van Vermeulen. Dat mag hij vinden, maar ik vind het vooropgezette, links-populistische onzin. Verruil Hoedspruit voor Benidorm, de Cote D’Azur en voor mijn part Zuid-Limburg en dan kun je vrijwel eenzelfde boodschap uitdragen.

Vermeulen vertolkt slechts zijn eigen frustraties, niet de werkelijkheid. Ik las in december zijn afscheidsinterview in de NRC, en daaruit bleek dat Zuid-Afrika voor hem altijd een land geweest waarin hij zich niet thuis voelde. Een citaat: ‘Acht jaar lang probeerde ik van deze verdeelde stad mijn thuis te maken, maar ik kan niet zeggen dat dit is gelukt. Kaapstad bleef altijd voelen als een verversingsstation, zoals ooit voor de schepen. Een tijdelijke tussenstop op weg naar andere bestemmingen. De verhalen die buiten de muren rond mijn huis lagen, negeerde ik liever. Misschien omdat ze te dicht bij kwamen en mij te medeplichtig maakten aan dit multiculturele drama. Vrienden uit Nederland die op bezoek kwamen, stelden altijd dezelfde ongemakkelijke vragen. Hoe kun je leven met die schrijnende ongelijkheid?’

Die schrijnende ongelijkheid valt iedereen direct op die in Zuid-Afrika arriveert en er doorheen reist. Daar hoef je geen journalist voor te zijn. Waar je ook bent of reist in Zuid-Afrika komt je hetzelfde patroon tegen: rijkdom versus armoede, toekomst versus uitzichtloosheid. Ja, veel blanken hebben het nog altijd beter dan heel veel zwarten. Daarover berichten is een goede zaak, maar daar past als journalist wel nuancering bij, oorzaak en gevolg, realisme versus wenselijkheid. En vooral eerlijke informatie en geen tendentieuze en arrogante westerse journalistieke superioriteit.

Het kan geen toeval zijn, dat ik de dag na de uitzending – dus afgelopen vrijdag – zelf in Hoedspruit was, op weg naar vrienden die 80 kilometer verderop in Phalaborwa wonen. De beelden die hij van het kleine plaatsje en de directe omgeving liet zien, ken ik al decennia, inclusief de kleine township langs de spoorlijn. Met dat soort krottenwijken worstelt elke stad in het land en dan is het goedkoop om iemand die daar woont te laten zeggen, dat hij toch liever woont waar nu de welgestelde blanken wonen. Dat willen minstens nog 50 miljoen andere inwoners van Zuid-Afrika. En niet alleen zwarten. Vraag aan een jonge, gescheiden vrouw met drie kinderen die in een schamele sociale woning woont in een willekeurige Nederlandse stad en moet rondkomen met een uitkering of ze ook niet veel liever in Wassenaar of Bloemendaal woont. Dan krijg je hetzelfde antwoord als een krotbewoner in Hoedspuit geeft. 

De reportage van Vermeulen in de NRC en in Frontlinie gaat grofweg over drie onderwerpen: de visie van boer Piet Warren, de vastgoedontwikkeling van de Nederlander Van der Grijn op Zandspruit en de landclaims die er op dat land zouden liggen.

Allereerst die aardige boer Piet Warren. Die woont niet in Hoedspruit maar ruim 100 kilometer verderop in Gravelotte en heeft weinig met de ‘safarihoofdstad’ van Vermeulen op. Dat vermeldt Vermeulen niet. Warren is een bekendheid in dit deel van Zuid-Afrika. Hij is een herenboer, eigenaar van het abattoir in Phalaborwa en van een slagerijketen met vestigingen in townships. Iedereen weet dat hij onder meer wild fokt voor wildparken en ja, ook af en toe voor hunting farms. Wat je ook van het jagen op wild vindt, het is een legale activiteit in Zuid-Afrika, ook onder de ANC-regering. Het is overigens in Zuid-Afrika verboden neushoorns te schieten, ook niet voor de jacht, maar Vermeulen geeft de indruk dat de neushoorns die Warren fokt ook bestemd zijn voor de jacht. Trouwens, een van de grootste eigenaren van fokboerderijen in de provincie Limpopo is Cyril Ramaphosa, de huidige ANC-president van Zuid-Afrika. Hij is gespecialiseerd in sabel antilopen, dezelfde als die Warren fokt. 

Dan Zandspruit, een ‘bush and areo estate’, aan de grens van Hoedspruit met een landoppervlakte van 1000 hectare, waarvan 350 bestemd is voor de bouw van 200 huizen. Op de rest leven wat wilde beesten, maar niet de ‘big five’.Elk huis heeft eigen grond van 4000 m2 tot maximaal 15.000 m2. De Nederlander Gerrit Jan van der Grijn is al vanaf 2008 bezig om Zandspruit volgebouwd te krijgen, zonder doorslaggevend succes. De concurrentie van soortgelijke projecten in heel Zuid-Afrika, maar met name rond het Kruger Park, is enorm.

Van de 200 woningen die Van der Grijn mag bouwen, zijn er het afgelopen decennium slechts een kleine 100 gerealiseerd. Inderdaad zijn daarvan een aantal eigendom van Nederlanders en Belgen. In Zuid-Afrika hebben inmiddels duizenden Nederlanders een vakantiehuis, in Kaapstad, aan de Garden Route en dus ook langs het Krugerpark. Net zoals vele duizenden Belgen, Fransen, Duitsers, Scandinaviërs, Italianen, Russen, Chinezen en ga zo maar door. Dit soort toerisme is essentieel voor de Zuid-Afrikaanse economie en creëert zeer veel banen, banen die er anders niet zouden zijn. Aannemers, bouwers, schoonmakers, beheerders, uitvoerders, veiligheidspersoneel. Dat heeft dus niets met apartheid te maken, laat staan met ‘groene apartheid’.

Ik heb overigens zelf al eens over Zandspruit geschreven. Van der Grijn – door Vermeulen ‘makelaar’ genoemd, wat hij niet is – probeert namelijk op allerlei manieren Nederlandse en Vlaamse investeerders voor zijn moeizame vastgoedproject te interesseren. Zo bouwt hij een hotel langs de weg buiten Hoedspruit. Het hotel heeft straks 138 kamers en om die vol te krijgen, zijn er heel wat meer buitenlandse toeristen nodig dan Hoedspruit op dit moment  tijdens de pandemie aandoen. Voor dit hotel heeft Van der Grijn een exploitatieovereenkomst gesloten met de internationale hotelketen Radison Blue, maar dan moet het wel worden afgebouwd. Dat kost zo’n 14 miljoen euro. Van der Grijn biedt via advertenties onder meer op Facebook deze hotelkamers aan voor 100.000 euro per stuk als investering. Je bent dan eigenaar/aandeelhouder op papier van die kamer, maar je mag er maar zeer beperkt zelf gebruik van maken. Vanzelfsprekend wordt deze twijfelachtige beleggingsactiviteit voor Nederlanders en Belgen niet beoordeeld door de AFM. Als Vermeulen daar nu over geschreven had of een verslag van had gemaakt voor Frontlinie, dan had ik het nog begrepen. 

Het toeristisch winkelcentrumpje Kamogelo – met veel leegstand – schuin tegenover Zandspruit, op ongeveer een kilometer.

Dan de issue van de landclaims. Na het einde van de apartheid heeft het ANC-regering van Mandela besloten het indienen van landclaims mogelijk te maken op gronden waarop in het verleden zwarte families en stammen zouden hebben gewoond. De ANC-regering garandeerde dat de huidige eigenaren van de grond – onder meer blanke boeren, maar ook de verschillende overheden vanwege natuurparken, industrieterreinen, militaire kazernes, oefenterreinen, luchthavens – schadeloos zouden worden gesteld en dat de grond daarna kon worden teruggegeven aan de oorspronkelijke bevolking. Dat heeft geleid tot duizenden landclaims in het hele land, maar vooral in de provincies Mpumalanga en Limpopo. Alleen rond Hoedspruit liggen er meer dan 172 van zulke landclaims op afhandeling te wachten. Ongeveer een derde van bijvoorbeeld het Kruger Park, ongeveer zo groot als België, valt onder landclaims. 

Het ANC probeerde met deze landclaims te voorkomen – zoals in Zimbabwe is gebeurd – dat boerenland dat door blanken wordt geëxploiteerd, met geweld in bezit wordt genomen. Met afschuwelijke gevolgen. Veel zwarte landarbeiders raakten in Zimbabwe hun baan en huis kwijt, de landbouwproductie stortte volledig in en de boerderijen en grond kwamen uiteindelijk terecht bij de corrupte zwarte politici en relaties van de kliek rond de voormalige president Robert Mugabe.

De afhandeling van de landclaims in Zuid-Afrika is een regelrechte ramp geworden. Advocaten aan beide kanten profiteren ervan, maar de regering kan haar belofte om huidige eigenaren te compenseren, vanwege jarenlang financieel wanbeleid niet nakomen. Daar komt nog bij dat de wel toegekende claims vooral ten gunste kwamen van een kleine groep chiefs en stamleiders en dus niet bij de arme bevolking. Die chiefs wonen in grote nieuwe huizen en rijden dure auto’s, maar de ‘gewone’ claimanten hebben er eigenlijk helemaal niets aan. De mislukking van deze peperdure landclaims heeft onder meer geleid tot het ten onder gaan van boerderijen en game estates, omdat de nieuwe eigenaren niet over kennis en geld beschikken om de voorheen succesvolle bedrijfsvoering voort te zetten.

Het kan goed zijn dat er op land als Zandspruit nog altijd landclaims liggen. Maar of die claims terecht zijn en hoe de compensatie moet uitvallen, is uiterst onzeker en kan nog jaren op zich laten wachten. Vandaar dat een politieke partij als de EFF van Julius Malema af wil van deze landclaims en ijvert voor annexatie van grond zonder compensatie. Een wetsvoorstel daarover heeft het onlangs niet gehaald want het ANC vreest dat dan de wetteloosheid in het land tot soortgelijke excessen zal leiden als in Zimbabwe. 

Bram Vermeulen had, als journalist, inderdaad over deze drie onderwerpen  – Piet Warren, Zandspruit met zijn Nederlanders en de landclaims – heel interessante reportages kunnen maken, maar in de door hem gehanteerde mix is daar niets van terecht gekomen. Dat komt door zijn vooringenomenheid die trekjes van arrogantie heeft. Zuid-Afrika heeft het inderdaad zeer moeilijk, kent een ongelijkheid die nog steeds aan apartheid doet denken, maar een reportage en artikel over ‘Groene apartheid’ dragen niets, maar dan ook niets bij aan het verbeteren van de soms uitzichtloze armoede en ellende van een belangrijk deel van de bevolking. En als ik eerlijk ben, dat doen Piet Warren en Van der Grijn dat op hun eigen bescheiden manier in ieder geval wel, of je wat ze doen nu leuk vindt of niet. 

P. S. ter aanvulling: een citaat uit de column van vandaag van Sander Schimmelpenninck in de Volkskrant, die treffend illustreert hoe ik Bram Vermeulen als journalist zie: ‘De journalistiek is vergeven van dergelijke identiteitsdenkers, wellicht omdat zij een eigen slachtofferschap te vieren hebben. Veel journalisten bezien hun werk immers met een zekere lompenromantiek, als een even heroïsche als onderbetaalde lijdensweg, waarin nooddruft een vereiste is voor het leveren van kwaliteit. De journalist heeft dan wel geen god, maar wel zijn principes, die hij overigens net zomin kan uitleggen als de gelovige zijn god.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: